Aan de andere kant

Een vrije dag dus ik begin iets later dan normaal. Een DL2 van 70 minuten. Ik loop achter een flinke regenbui aan en de fijne regen druppels die me zo nu en dan besproeien zijn een welkome afkoeling. Na 70 minuten met aan het eind nog een paar venijnige klimmetjes, kan ik 20 minuten rustig uitlopen. Als ik thuis ben is mijn shirt een paar keer zwaarder dan normaal. Het zweet loopt in grote stralen over mijn rug. Eerst even een beetje uitzweten, veel drinken, douchen, ontbijten en dan, dan even op Facebook kijken naar berichten van de 2e Woolderes.

Ik zie wat mooie foto’s en lees de ervaringen van enkele lopers. De tijden geven aan dat het ofwel zwaar was, ofwel ik lekker vooraan mee had kunnen lopen. Geloof, als je de keuze heb om een paar Woolderesjes en nog wat andere (leuke!) wedstrijden te missen en in plaats daarvan hier in New Zealand te zitten – ik hoef er geen microseconde over na te denken wat de keuze zal zijn. Maar toch, kun je toch ook wel stellen dat ik die wedstrijden wel mis. Hier is het namelijk zomer en net als in het midden van de zomer in Nederland, zijn er hier dan weinig wedstrijden.

Nog wat verder lezend en foto’s kijkend, lijkt het niet al te koud te zijn, maar toch wel fris genoeg voor sommigen om met lange mouwen of zelfs lange broek te lopen. Iemand schreef zelfs na de loop toch wat last van de kou te hebben gekregen. Dat valt inmiddels buiten mijn voorstellingsvermogen – en dat blijft een van de vreemde dingen van aan de andere kant van de wereld zitten. Ik kom elke dag thuis van het hardlopen zoals hierboven beschreven.