Bank of New Zealand

Marije ging vandaag naar de geldautomaat – bij de bank, want die is het dichtstbij. Alleen wel stuk – gister en vandaag althans. Geen nood, binnen bij de bank trekken ze gewoon een of andere la open en krijg je de gewenste hoeveelheid contact geld aangereikt die het – dat dan ook wel weer – direct van je rekening haalt.

Dat is natuurlijk bijzonder. Ongekend. In Nederland hebben ze zoiets niet. Daar heeft de bank geen ‘kas’. De service van de Nederlandse bank bestaat eruit dat je meer betaald voor het hebben van een rekening dan dat je aan rente (wat?) op je spaarrekening ontvangt en daarvoor je eigen zaken mag regelen. ‘Moet’ eigenlijk, want de bank doet het niet meer. Wat ze dan wel doen weet ik niet goed, maar eerlijk is eerlijk ik doe ook geen poging om het begrijpen.

Het en der schieten er al wat grijze haren tevoorschijn, maar dat vind ik dan toch weer wat te makkelijk. Je moet hier in de supermarkt het geduld hebben dat we in Nederland niet meer hebben, omdat de cassiere niet alleen de producten langs de scanner moet bewegen, fruit en groente moet herkennen, wegen en aanslaan, het moet ook allemaal in plastic zakken gepakt worden voor de klant.

Nu is het ook wel makkelijk om een heleboel dingen zelf te kunnen doen. ‘Zonder tussenkomst van soortgenoten’ klinkt zo enger dan het is. Onze bankpassen hebben geen chip, maar we hebben wel een app op onze telefoon in een vloek en een zucht is het geld van de ene naar de andere rekenning. Moderne technologie is mooi, maar soms is het toch ook fijn dat ze hier nog een beetje achterlopen – het lange wachten in de supermarkt nemen we op de koop toe.