De dag na de Marathon

De opkomende zon werpt voorzichtig haar stralen over de ontwakende wereld. De dag na de marathon die twee dagen geleden gelopen is. Er is een tijdperk voor de marathon en een tijdperk daarna – dat eerste is abrupt van realiteit herinnering geworden en de laatste ontkiemt zich nu langzaam met het lopen van de eerste stroeve meters, die net als het ontwaken van de dag langzaam soepeler worden.

Het frisse groen van de aankomende lente. Leeg ligt de weg voor me. Eenzaam begint de wereld en de natuur aan deze nieuwe dag. De gedachte aan die dag van gisteren, nu twee dagen geleden, is ver weg als een droom die je je slechts fragmentarisch herinnert en tegelijkertijd dichtbij als een droom die nog rondspookt in je hoofd, je gedachten nog ongecontroleerd heen en weer doet springen.

Ruim 2000 kilomters sinds het begin van het jaar, 165 uur training verdeeld over 123 trainingen en 4 wedstrijden, is verdwenen in een vloek en een zucht. Reflectie is altijd lastig als je ambities hebt die hoog liggen en niet haalbaar bleken. Het plan was ambitieus: een persoonlijk record lopen op een lastiger parcours (vergeleken met Eindhoven) in altijd mindere omstandigheden (Eindhoven was super ideaal, zowel qua weer als deelnemersveld) en met 2,5 jaar meer op de teller. Toch leek alles goed, leek het te kunnen. De 30km in Vorden was boven verwachting goed gegaan: fysiek en mentaal sterk. En dat voor de zwaarste weken, waarin de meeste progressie wat betreft duurvermogen moest komen.

Ambitie maakt misschien cynisch. Lisanne loopt, door grotendeels achter mij aan te lopen, een fantastisch PR. Slechts de laatste kilometers moet ze een gaatje laten vallen. “100000 maal dank voor het eerste stuk!”. Er ging dus tenminste iets goed tijdens deze marathon. Maar eigenlijk waren het alleen de laatste kilometers die echt slecht gingen. De tweede helft ging wat te zwaar – dat wel – waarmee de eerste 30 kilometers niet zo lekker gingen als de 30 kilometer in Vorden.

Eerlijk gezegd word ik een beetje in verlegenheid gebracht als Lisanne en ik Goede Vrijdag een rustig uurtje samen hardlopen en zij me weer bedankt voor die eerste helft. Maar ik ben haar minstens zo dankbaar voor de opmerking die ze eerder appte: “Weet je Richard (ik lees net je verhaal) je hebt oo echt 42,2 km lang echt alles alleen gelopen”. Het overgrote deel van de 2000 trainingskilometers heb ik alleen gelopen. In het donker, voor de vroege vogels uit. In het weekend slingerend door het Twentse landschap, voornamelijk tussen Enschede en Oldenzaal. Altijd slechts alleen met het zachte ploffen van mijn schoenen en het ruisen van de natuur. Maar in Enschede liep ik alleen. Niemand om even domweg achteraan te lopen, niemand om het lijden mee te delen en de volgende kilometer mee aan te vallen, of te trotseren. Niemand om een opgelucht “pfoeh!” mee te delen, zoals tijdens de Halve van Oldenzaal, op ongeveer 15.5-16 km na de vreselijk nare klim.

Mijn Enschede was eenzaam, daar kon zelfs Marije, die me mijn bidons aangaf bij de waterposten en mee fietste langs de F35 niets aan veranderen – ook al was het heel fijn dat ze het deed en deelde ze zo ook in de strijd die de marathon is. Ondanks alles loop ik mijn een na beste tijd ooit – ja, inmiddels heb ik er wel vrede mee. De liefde voor de thuiswedstrijd blijft, ook al is de strijd hard en eenzaam, het is een ook mooi, het is ook precies waarom ik al die kilometers volhoud.

In het vroege ochtendlicht van de nieuwe dag, fris en helder, krijgt de toekomst langzaam vorm. Een zonnige dag in het vooruitzicht, ideeen die groeien, terwijl ook mijn spieren zich alweer een heel stuk soepeler voelen. Voorlopig genieten van de rust en samen trainingen en samen wedstrijden lopen.