De echte wereld is ver weg

De zon schijnt al uren in door het slaapkamerraam. Tijd om op te staan. 08:00. De lucht is blauw, met her en der een enkele sliert sluierbewolking. Ontbijt, krant – zonder op de klok te hoeven kijken of het volgende artikel nog gelezen kan worden.

Zullen we gaan? In de zon en frisse wind, gaan we met evenzo frisse moed op pad. De eerste helling, Tarup in, lijkt neergelegd om te demotiveren – met koude spieren en nog niet gewend aan hellingen die langer of steiler zijn dan die van een gemiddeld viaduct is het even doorbijten. Maar daarna is de route vriendelijker. Gestaag vorderen we over de smalle Fynse weggetjes, omgeven door fris groen, langs als muren opgetrokken bomenrijen, langs groen golvende velden en klaprozen. De echte wereld is ver weg.

We gaan nergens heen, want alle bewegwijzeringsborden wijzen naar een andere richting dan die waarin we fietsen. Langzaam komt de zee weer in beeld. We zien het water, bootjes, het eiland Langeland waar we een paar jaar geleden gefietst hebben. De echte wereld blijft ver weg.

Het laatste stuk naar Hesselager probeert de wind ons terug te blazen – tevergeefs. Svendborg besluiten we links te laten liggen – te ver voor vandaag. We slaan rechtsaf, laten de zon op onze benen branden als we op een bankje in het dorp pauze houden en een boterham eten.

Witte slierten sluierbewolking lijken quasi lukraak de lucht in geslingerd te zijn, zoals een zaaier het zaad van zijn gewassen met een soepele slingerbeweging door de lucht laat vliegen en langgerekte slierten zwevende korrels creëert als pennenstreken op het doek van een schilder. De echte wereld is ver weg.

Gudbjerg, Gladbjerg – is het handig bergen op te zoeken? Het klimmen valt mee. We rijden hoog en blijven hoog, met groots uitzicht over het landschap dat richting het water rolt. Met de wind in de rug vliegen de kilometers onder onze wielen door.

De lucht begint pas wat te betrekken als we alweer terug zijn bij het huisje. Ruim 44 kilometer per uur op de laatste helling die we als eerste helling omhoog fietsten – zonder ook maar een keer rond te gaan met de trappers. Ruim 44 kilometer op de teller. Een mooi begin.

De rest van de dag is loom – lezen, spelletje. Het lukt de wereld niet naderbij te komen. Vakantie.