Het lange licht

Grijze bewolking die voorlopig niet weg lijkt te gaan trekken. Vandaag een andere richting op vertrokken voor mijn ronde hardlopen dan de andere dagen. Via Tårup naar Øksendrup, waar ik de Kongshøj Mølle passeer – een oud gemaal in riviertje Kongshøj Å. Mooi weggetje, deels omzoomd door bos. Prachtig, maar dat stroompje ligt wel in een nauw dalletje, dus sterk dalen en sterk stijgen. Naar Øksendrup en daar voorbij, richting (maar niet helemaal tot) Svingdinge blijft het licht stijgen. Dan draai ik naar het noorden, richting Frørup en kijk uit over het eiland: links glooiende heuvels, rechts daalt het af richting de zee, waar ik de Belt brug zie liggen in de verte.

Ik kies er voor de grote(re) weg van Frørup naar Tårup niet te nemen en in eerste instantie besluit ik via Slude terug te lopen. De route langs of door Slude heb ik al eens gelopen. Typisch: je slaat een weg in richting Slude, volgens het bord nog een kilometer. Bij de volgende kruising is Slude een kilometer in de richting waar je vandaan bent gekomen. Ik heb wel een boeren hoeve gezien met de naam Sludegaard.

Op de kruising sla ik echter niet af richting Slude, maar ik loop rechtdoor, tot in Kogsbølle en sla dan rechtsaf richting de Svendborgvej – de weg tussen Nyborg en Svendborg. Eerst weer wat klimmen, maar dan steek ik de grote weg over en daal verder af richting het water over een gravel pad door het bos. Aan het water gekomen draai ik weer naar rechts, op enige afstand langs het water en langs een goed onderhouden boerenvilla, in de stijl die je door heel Denemarken ziet: een zwarthouten raamwerk, opgevuld met wit, geel of rood gepleisterde stenen en een rieten dak.

Na het bos rest nog een klein stukje richting het vakantie park en dan zitten de bijna 2 uur lopen er op – oh, was ik zo lang onderweg. Het weer is nog steeds niet opgeknapt, dus haast om wat te gaan doen hebben we toch niet.

Later op de dag maken we nog een wandeling van een uur in de buurt van Tarup (dus niet Tårup), rond een paar meertjes. Het licht inspireert niet tot foto’s omdat de doorgebroken zon, hier nog net teveel verscholen is achter de wolken.

Uiteindelijk klaart het wel op en dan blijkt het licht er wel degelijk te zijn. Na het laatste spelletje Ticket to Ride is het al elf uur geweest, maar helemaal donker is het nog niet. Aan de noordelijke horizon is een goudgele band met licht te zien. Ik kan daar uren naar kijken en wil daar dichter naar toe. Het wordt donker hier, de goudgele band verdwijnt. Heel even en nooit is het licht deze nachten helemaal weg.

Hoe kan het dat dat licht zo’n aantrekkingskracht heeft? Nostalgie is goed, las ik in New Scientist, en de fietstocht in het noorden van Zweden, Finland en Noorwegen komt bovendrijven. 19 dagen fietsen zonder dat de zon onderging. Dat eenmaal meegemaakt hebben, blijft aan je knagen. De dagen in Nederland stromen voorbij – en elke keer realiseer ik me vergeten te zijn van het lange licht – hoe beperkt dan ook, maar zoveel beter dan bijvoorbeeld in de mediterrane landen – te genieten. Voor het besef dat de lange dagen weer voorbij zijn doordringt, valt de duisternis al weer in rond negen uur.

Blijven staan dus voor de glazen keukendeur en tussen het schuurtje en wat bomen het goudgeel in het noorden bewonderen. Het werkt als een drug: voor even genieten en dan weer een poos afzien en verlangen naar meer, verlangen een volgende keer nog dichter bij het licht te zijn, verlangen een volgende keer de zon niet onder te zien gaan – en dan gerust kunnen gaan slapen, want vanaf dat moment zal de zon zich alleen maar weer verder verheffen boven de horizon.