Akaroa voorbij Chirstchurch – Dag 16

De rijke sterrenhemel en de koude voeten voorspelde het al: als we wakker worden is de lucht wolkenloos en strakblauw. Het duurt niet lang voordat de winterse kracht van de zon de aarde tot een aangenaam temperatuurtje opgewarmd heeft – met name achter glas – maar in het begin is het fris.

We kijken nog even rond in Kaikoura, maar slaan de Whale watch definitief over. We vinden het te duur. Dus gaan we verder op weg naar Christchurch dat nog slechts een 180 kilometer verder op onze weg ligt en we hoeven er eigenlijk pas morgen te zijn. We besluiten dan ook door te rijden tot het puntje van het schiereiland ten westen van Christchurch.PhotoBook-04-08Maar eerst moeten we daar geraken. Het is weer – of nog steeds – Highway 1 die we volgen en deze weg volgt in eerste instantie de kust. Dat is erg mooi. De zee slaat op de rotsen, de weg wurmt zich langs de steile hellingen. Een paar kleine tunneltjes zijn zowaar nodig. Daarna keert de weg iets landinwaarts en dat betekent meteen klimmen en kronkelen tegen de hellingen van schaarsbegroeide, maar ruim begrazen heuvels. Op de achtergrond de New Zealandse Alpen. Het is een mooie kleurschakering, met op de achtergrond de witte toppen, iets daarvoor donkerrode rotsachtige bergen die langzaam overgaan in de ons omringerde groene heuvels, met de kale bomen waarvan de stammen witgrijs zijn, terwijl de takken een oranje gloed lijken te bezitten. Daar tussendoor het donkere groen van de naaldbomen, hoewel de jongere bomen een helderder groen bezitten.PhotoBook-04-09Uiteraard stoppen we bij een cafetje voor een bakje koffie en een grote kom (of schaal: “bowl”) chocolademelk. We krijgen er tot vreugde van Marije gratis internet bij. Maar ach, het is halverwege de ochtend, dus er zijn hooguit nog wat nachtbrakers wakker.

Als we de tocht vervolgen wordt het landschap verrijkt met wijngaarden. Grappig om te zien is dat de schapen tussen de nu kale ranken staan te grazen. Tsja, het scheelt een grasmaaier, dat is waar… De Tourist radio verhult niet zwaar gesponsord te worden door de ene wijngaard die toevallig geld heeft gedoneerd uitgebreid te noemen, als ware het de enige in de buurt. Het tegendeel is waar. Het is bijna moeilijk de genoemde wijngaard ook daadwerkelijk te spotten tussen de vele andere.

Na een stuk door de heuvels gereden te hebben komen we aan in een wijde vallei en we besluiten dat het tijd is voor een lunch. Het is niet zo ver meer naar Christchurch en we willen daarvoor gelunchd hebben. We zien een aantal bordjes staan naar stranden en besluiten op een gegeven moment de volgende afslag naar een strand te nemen. Bij de volgende afslag staat weliswaar geen strand, maar we kunnen ons niet voorstellen dat we daar niet uit zullen komen en slaan linksaf. Waar we in terecht komen konden we ons inderdaad moeilijk voorstellen: het lijkt of er op die plek een volledig nieuwe nederzetting uit de grond gestapt wordt. En dan niet een Vinexwijk, met rijen gelijkvormige huizen, bewoond door gelijkvormige mensen, met gelijkvormige tuinen, kinderen en labradors, maar een volledige stad, met ‘soon to be finished’ centrum, park -met bezienswaardige brug – en een ‘soon to be finished’ preschool. Het doet op een of andere manier wat eng aan. Te gepland of zo.

Iets verder is de afslag naar Woodend Beach die we nemen, zonder uiteindelijk op het strand terecht te komen. We horen de zee wel, maar hebben geen zin in een wandeling door de bossen om de zee ook daadwerkelijk te zien.

Na de lunch is het nog een kippe-eindje naar Christchurch, de een na grootste stad van New Zealand en de grootste van het Zuid eiland (beetje triviaal). 370.000 inwoners. Dat vertaalt zich dan ook meteen in het begin van de ‘motorway’. Nog steeds dezelfde tweebaans weg waar je 100km/u mag rijden. Enkele kilometers later bevinden we ons echter op een heuse vierbaans weg met een ruime middenberm, die vervolgens net voor Christchurch eindigt.

Van Christchurch zelf zien we weinig, wel de plaats waar we de camper in moeten leveren en het vliegveld. Verder kost het enige moeite om de juiste weg te vinden, in de zin dat we goed moeten opletten. In eerste instantie wordt Akaroa niet op de borden vermeld, noch wegnummer 75, die daarnaartoe leidt. Gelukkig mist Marije het ene bordje niet en vinden we dus uiteindelijk vlekkeloos de juiste weg. Die weg is in eerste instantie redelijk breed en goed te bereiden. De omgeving is niet bijster spannend, maar we moeten wel toegeven een beetje verwend te zijn. Het is weldegelijk mooi, maar gewoon mooi en meer niet.

Dat verandert zo’n 20 kilometer voor Akaroa, bij het plaatsje Little River. De Tourist radio begint bezorgt te vermelden dat we toch wel op moeten passen voor de bochtige weg, we moeten de adviessnelheden goed opvolgen, op de weg blijven letten en links blijven rijden. We zien overigens geen enkele reden om rechts te gaan rijden. Een opvatting waarvan we hopen dat die verandert zodra we weer in Nederland zijn. De weg op de kaart is behoorlijk recht, maar de bordje aan de kant van de weg geven aan dat de waarschuwing van de Tourist radio niet helemaal in de wind geslagen moeten worden: er wordt gewaarschuwd voor sneeuw en ijs. Nu kunnen we ons niet voorstellen dat we inderdaad sneeuw en ijs op de weg tegen zullen komen, maar we leiden er wel uit af dat de weg omhoog zal gaan slingeren.

En hoe! De weg moet zich in allerlei bochten wringen om de steile hellingen te bedwingen. Het uitzicht is steeds prachtig, maar het is toch zaak op de smalle weg te blijven letten, want er zit weer geen recht stukje bij. Op de top – na een kilometer of 7 te hebben geslingerd – maken we een paar mooie foto’s en beginnen aan de evenzo slingerende afdaling. In de laatste paar kilometers volgen nog een paar slingertjes omhoog, maar tijdens de laatste beklimming moeten we afslaan om bij de campsite te komen waar we willen overnachten. Het is wel een “Top 10”, maar vooruit, er is niets anders. Overmacht dus. We krijgen wel een plekje met ‘havenzicht’, dat normaal duurder is, voor de gewone prijs, want het is toch niet zo druk. Havenzicht betekent dat we beneden ons een baai zien en een deel van het dorpje. In de baai dopperen wat speelgoedzeilbootjes, die er van dichtbij waarschijnlijk minder speelgoedachtig uitzien.PhotoBook-04-10PhotoBook-04-11We genieten nog even van de zon en gaan pas als de zon verdwenen is naar het van oorsprong Franse stadje om eten voor vanavond in te slaan. Het wordt pasta met de saus die we al een aantal keren hebben zien staan op ons verlanglijstje gezet hebben. Na Uncle Ben’s Chicken Tonight Honing Mosterd, willen we toch ook erg graag we Vierkazen pasta saus proberen. Nee, bijzonder klinkt dat niet, maar het ziet er wel bijzonder uit. Ondanks de geadverteerde aanwezigheid van vier verschillende soorten kaas in de saus, is de kleur van de saus namelijk dieprood. Dat roept bij ons toch wat vraagtekens op…. Als we met een goed glas New Zealandse budget wijn aan ons diner zitten blijkt de enige kaassmaak die er aan het gerecht zit, die van de door ons zelf toegevoegde strooikaas te zijn. Ofwel de andere vier kazen zijn overstemd door de toevoeging van een stukje paprika, een halve ui en wat champignons, ofwel we hadden de aanwijzingen ter bereiding moeten doorlezen – iets dat we niet meer kunnen doen, omdat de pot al weggegooid is – om dan wellicht te ontdekken dat naast pasta en gehakt ook vier verschillende kazen zelf toegevoegd diende te worden. Het eten smaakte niet minder, maar we konden wel voldaan constateren dat ons vermoeden dat een rode kaassaus een illusie is, juist was.PhotoBook-04-12De sterren staan weer helder te schitteren, dus het wordt weer een koude nacht. Sneeuw zal er wel niet vallen, maar vorst aan de grond houden we zeker niet voor onmogelijk. Gelukkig hebben we warme sokken.