De overtocht naar Picton

Er hangt nog wat bewolking over de baai waaraan Wellington ligt als we wakker worden, maar de zon begint daar al doorheen te breken. Het was een fijne lange nacht. We staan langzaam, zonder haast op, ontbijten, pakken in, laden in, doen nog een bakje koffie bij ons logeer adres en rijden dan richting de boot. We moeten nog even regelen dat we met een andere auto aan boord gaan en misschien kunnen we de auto wel parkeren op het ferry terrein. Staat ie mooi veilig – en gratis. Gelukkig kan dat en zo wandelen we nog een ruim uur door het centrum van Wellington.

Het eerste dat we zien is een hoop politie met zwaailichten voor het station (mooi gebouw). Er blijkt een filmopname aan de gang te zijn en we blijven even kijken hoe de volgende (zoveelste?) take van een oranje mini die, achterna gezeten door een stuk of vijf politie auto’s, het stations gebouw binnenrijdt. Met wegspringende mensen en politie agenten die uit de auto sprinten en de achtervolging te voet voortzetten. We hopen dat het in de film iets versnelt afgespeeld wordt, want heel overtuigend wordt er niet gesprint! Je hoeft geen getrainde hardloper te zijn om dat van de sterke arm te winnen. Het geheel doet met name komisch aan.

Bij daglicht ziet het er een stuk beter uit, concluderen we als we verder richting het regeringsgebouw en het parlement lopen. Een tour valt net buiten de beschikbare tijd, maar is misschien wel leuk voor de terugweg. Net voorbij de haven is ook wel een leuk stukje “waterfront”. Veel verder lopen we niet, want we moeten wel op tijd bij de boot zijn. Het weer is, ondanks de grijze wolken die boven het centrum van Wellington hangen, goed: veel blauw en slechts een paar kleine wolkjes. Het wordt een mooie overtocht.

Vier jaar geleden regen en laag hangende bewolking, nu een strak blauwe lucht zodra we buitengaats zijn. Het blijkt dat we een stuk langs het Noord Eiland varen en dat het Zuid Eiland de hele tijd al te zien is – zij het als een schaduw aan de horizon.

Met nog ruim een uur te gaan, varen we de inham in, de route door Marlborough Sound die naar Picton voert. Langs de met dicht bos begroeide heuvels, onherbergzaam, onbereikbaar. Maar toch staat er her en der huizen. Er lijkt geen pad te bestaan noch te kunnen bestaan dat naar deze huizen leidt. En hoe donker en stil moet het hier ‘s nachts wel niet zijn.

De dichte, groene vegetatie blijft verbazen. En dan ineens opent het landschap zich een beetje om plaats te maken voor een nederzetting: Picton. Het stadje dankt zijn bestaan en welvaart aan de doorvoer die de Interislander en de Bluebridge ferry aan- en afvoeren. Velen zien ook niet meer van het dorpje dan de kade waar de ferries aanleggen en de SH1 die door het dorp gaat.

Het stadje heeft echter wel een heus centrum, zo ontdekken we. Geen Subway, maar wel wat fish ‘n chips en zowaar wat luxere restaurantjes. En motels. Naast uiteraard het campinkje waar wij staan. Je kunt er niet met je tent staan, maar wel met je camper en er zijn vier cabins. Een is de onze voor twee nachten.

De reden om hier een extra nacht – of eigenlijk uberhaupt – te blijven is dat je van hier ook de Marlborough Sounds kunt verkennen. Voor morgen staat een kayak tocht en een wandeling in de planning. Eerst dus maar eens een biertje en dan lekker slapen. Het is buiten inmiddels goed afgekoeld, dus dat moet prima lukken.

Vorige dagDe reis naar ZuidVolgende dag