Dunedin

De laatste halte voor de reis terug begint. Dunedin zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. Is dat een plaats van betekenis? De afgelopen weken hebben wij het criterium aangehouden dat er dan een Subway moet zijn (vraag niet waarom en we zijn er ook tijdens deze reis nooit binnengegaan), maar misschien moeten we het toch iets serieuzer aanpakken. Dunedin, gesticht in 1848, is na Christchurch en Auckland de grootste stad in New Zealand en de universiteit hier (Otago University) is de oudste van het land.  Voor de opkomst van Auckland was het ook de belangrijkste stad van New Zealand. Het heeft dan ook wel enige historie, al is die hier altijd relatief beperkt, zeker als het om westerse zaken als steden enzo gaat. Het station is wereldberoemd (kent iemand het?) en we leren vandaag dat er maar 10 plaatsen op de wereld zijn die meer gefotografeerd worden.

En wat gaan wij dan doen? Wij nemen een vervoersmiddel dat hier vrij ongebruikelijk is geworden: de trein. Het wereldberoemde station wordt namelijk alleen maar gebruikt voor toeristische treinreizen; er is geen reguliere lijndienst tussen de verschillende steden. Een van die trip is landinwaarts door de Taieri Gorge en die reis gaan we doen. De zeven wagons, waarvan een een restauratie wagon worden door twee diesellocomotieven getrokken. Het eerste stuk over de commerciele route – er rijden hier nog wel vrachttreinen, maar dan slaan we af, gaat de snelheid terug en hobbelen we over het meer dan 150 jaar oude spoor. In het begin is er nog sprake van enige beschaving om ons heen, maar als snel maken de golvende heuvels, met weilanden en boeren landhuizen plaats voor onaangeroerde steile rotsige hellingen. Beneden ons stroom een rivier, de rivier die deze kloof uitgesleten heeft. Rond de rivier zijn de bomen licht groen getooid, tegen de hellingen is de vegetatie donkerder groen. Op sommige stukken komt het oranje van de hersft al door, wat het geheel een bijzonder kleurrijk plaatje maakt..

Het is in de civiele techniek gebruikelijk om bruggen, viaducten, sluizen en wat dies meer zij, kunstwerken te noemen. De vakwerkbruggen die hier gemaakt zijn, kunnen met recht kunstwerken genoemd worden. Ook al zijn het feitelijk vrij standaard vakwerkconstructies, het is een aardig stukje vakwerk en een kunst om ze hier te krijgen. En bovendien, goed vakwerk is een kunst.

Naar het einde toe wordt de kloof steeds smaller en steiler. De rivier onder ons is steeds verder weg, tunnels en bruggen wisselen elkaar sneller af, tot we opeens min of meer op een vlakt lijken te rijden. Hier kun je goed zien dat lang, heel lang geleden het land hier vlak was en er meerdere rivier door de vlakte stroomden die nu elk hun eigen kloof hebben uitgesleten. We zijn daarmee ook bij het verste punt van de reis gekomen: Pukerangi. Nu moet je niet de fout maken om te denken dat we dus in een plaatsje aangekomen zijn. Er is iets dat op een halte plaats van weleer lijkt, maar nergens iets dat ook maar lijkt op het kleinste gehucht. In de verste slechts een met sneeuw bedekte bergkam. We zijn de gelukkigen om de eerste sneeuw van het jaar op die bergkam te zien.

De locomotieven worden voor de trein geplaatst en we vertrekken weer, terug door de kloof, terug naar de beschaving in Dunedin. Op de heenweg heb ik vanaf de bordessen van de treinwagons fotos genomen, maar nu blijf ik lekker binnen in de warme wagon om rustig te genieten van het landschap.

Terug in de beschaving, lees: Dunedin, lopen we in een lekker warm zonnetje naar de Cadbury fabriek. Chocolade. Marije is helemaal in de zevende hemel. De tour van ongeveer een uur, gegeven voor een tikje hilarische gids, is zeer vermakelijk en zelfs een beetje leerzaam. De tourgids probeert ons – of met name de ongeveer 16 anderen – ervan te overtuigen dat de New Zealandse melk de beste ter wereld is en de een-na-beste de Nederlandse melk. Jaja, wij trappen er niet in. Het is ook een leuke tour omdat je wat chocolade krijgt, ook om direct te proeven. En een 10% discount op een kop warme chocolade melk – zes verschillende smaken – in de bar. Dat doen we dan maar, want het is nog vroeg in de middag en wat verder nog op het programma staat is een bezoek aan de bierbrouwerij Speights. New Zealands grootste (beste etc, je kent het wel) brouwerij.

De tour door de bierbrouwerij is leuker dan die bij Monteiths. Uitgebreider, met wat meer historie. Daarbij vinden we het bier ook een tikje beter. Ze hebben bij Monteiths een aantal interessante bieren, maar de Golden Ale van Speight is niet voor niets een “gold medal” bier. Toch vinden we de pilsener die ze maken een klasse robuster en voller van smaak dan alle andere bieren die ze hier maken. Het is hier uiteindelijk met name bier volgens de Engelse traditie gebrouwen.

Na al die biertjes is het niet verstandig om zelf te koken (vinden we – totaal onverantwoord). Daar heeft men rekening mee gehouden: er is ook een restaurant dat bij de brouwerij hoort en je kunt een combi ticket kopen. Soort daghap, maar dan wel twee gangen.

Nu zijn we ook op tijd terug in ons hutje. Tijd om te bedenken hoe we terug gaan rijden. We hebben tijd genoeg en dat is wel fijn. Geen gehaast, geen gestress om de boot te halen. Vrijdag 13:00 moeten we in Picton zijn.

Vorige dag – De reis naar Zuid – Volgende dag