Kaikoura

Het was koud – buiten ons hutje – maar de zon verdrijft de kou effectief. Ok, we slapen uit, want we hoeven nergens heen vandaag – dat wil zeggen niet naar een volgende overnachtingsplaats. Rustig opstaan, ontbijten, terwijl de andere gasten bezig zijn met hun vertrek. Het enige dat we vandaag willen zien in de robben kolonie. We zijn daar vier jaar geleden ook al geweest – het ligt langs de SH1, 20 minuten ten noorden van Kaikoura, maar we hebben toen de wandeling naar de waterval overgeslagen. Inmiddels hebben we geleerd dat dat de plaats is waar de kleintjes verblijven. Ze zwemmen, klimmen over de kleine stroomversnellingen annex watervalletjes en komen dan uit bij een poel en een grote waterval. Diep verscholen in het bos – zij het op een paar minuten afstand lopen over het door het Department of Conservation (DoC) aangelegde pad. Noot: we zijn daar te gast. Even onthouden.

Eigenlijk vinden we het wel bijzonder dat de dieren zich hier ophouden. Een zee rob in het bos – het lijkt een nogal vreemde combinatie. Maar het is een soort peuteropvang. Zonder oppas overigens. De kleintjes zwemmen wel eens per dag – of wanneer ze honger hebben – naar de zee, op zoek naar moeders voor wat eten. Het is een stukje natuur waar je geen weet van hebt, maar als je het zo leert en er zo dichtbij kunt komen, dan zeg je “wow, dit is uniek, dit is bijzonder”.

Dat moet natuurlijk ook zo blijven. DoC heeft dan ook een bord geplaatst met informatie. Over wat je ziet, hoe je je moet gedragen in het terratorium van deze dieren. Fascinerend. We worden uitgenodigd om te komen kijken, maar let wel: we zijn te gast, zo wordt ons duidelijke verteld.

Helaas is het een enorme teleurstelling. We worden er eigenlijk heel chagerijnig van. Maar voor dit verkeerd begrepen wordt: dat ligt niet aan de robben! Die dartelen vrolijk in het donkere water. De dieren zijn enorm sociaal en leren veel van hun overlevingstechnieken en tactieken tijdens het spelen met elkaar. Zo werkt de natuur. Het is geen moment rustig in het water, constant zie de jonge dieren boven het water uitspringen, langs elkaar heen duiken, oer elkaar heen rollen, tegen elkaar opboksen – een fantastisch schouwspel.

Er is alleen een ander dier dat zich niet weet te gedragen. Eentje zonder een greintje respect, die er geen benul van heeft afstand te moeten houden, gepaste afstand van dit schouwspel. Dat dier, de Homo Touristicus zou verbannen moeten worden van dit stukje wereld omdat ze niet doorhebben dat ze in de wereld van de zeerobben te gast zijn, maar denken dat dit zich afspeelt in hun eigen egocentrische wereldje, dat het een toneelstuk is dat opgevoerd wordt voor hun believen. Om selfies te kunnen maken met zeerobben op de achtergrond, om te kunnen pronken tegenover vrienden thuis. Wow, wat zijn ze goed en geweldig dat ze dit op de foto hebben gekregen. Dan mag je de instructies in helder en duidelijk Engels, dat je niet van het pad af mag en de dieren niet mag benaderen in de wind slaan en negeren. Hoe kun je anders je eigen behoeften naar roem en eer bevredigen? Wat knap die foto, hoe heb je dat zo goed gedaan.

Het begon ook al helemaal verkeerd omdat er wat van deze soort vla voor ons het pad afgingen en zich verontschuldigden dat ze mogelijk voor ons in beeld liepen. Het was duidelijk dat dit Amerikanen betrof. En het is net als mensen met een camera: dat zijn Japanners, ook al kunnen het best Koreanen, Chinezen of Taiwanezen van mijn part zijn. Dit soort respectloze toeristen zijn Amerikanen, altijd Amerikanen waar ze ook vandaan komen.

Wat we hier wel geleerd hebben is dat je respect voor de natuur moet hebben. En soms betekent dat van een afstand kijken. Dan maar niet de ideale belichting voor een foto. Misschien uberhaupt geen foto. Maar de natuur heeft voorrang, verdient respect. En dus loop je ook niet zoals die ene malloot op zo’n manier richting een kleine zeerob die op weg is van de zee naar de waterval dat je zijn weg afsnijdt, die het beest kent als veilig. Daar blijf je vandaan, dat is van die kleine zeerob en niet van ons om een foto te kunnen maken. En ja, het maakt uit als we zo de natuur de ruimte  geven.

We rijden terug, kijken bij de kolonie die we vier jaar geleden ook bekeken hebben, lunchen met uitzicht op de pacifische oceaan die tegen het land oprolt. Golven die kapot geslagen worden door de rotsen, het constante geluid van de zee en de warme middagzon maken het een aangename lunch.

Terug in Kaikoura vullen we nog wat tijd met een wandeling door het dorp, waar eigenlijk bijzonder weinig te doen is. Het is een uitvalsbasis om walvissen (met vliegtuig of boot) en zeerobben te gaan bekijken. Tijd dus om een fles Pinot Gris open te trekken, het bordspel Ticket to Ride in de zon neer te leggen en de rest van de middag ons te vermaken met wijn en spelen. Bijzonder aangenaam. Fijn ook om zo ons bezoek aan het Zuid Eiland af te sluiten. We hebben gedaan wat we wilden doen – meer nog eigenlijk. Jazeker, er blijft nog genoeg over om een volgende keer te doen. Voor nu is het goed.

Vorige dag – De reis naar Zuid – Volgende dag