Van Dunedin naar Kaikoura

De dag begint stralend zonnig. Alles inpakken, nog even langs de Countdown supermarkt want wie weet in wat voor gehucht we vanavond zijn. En dan op weg. “Jij doet de navigatie he?” zeg ik tegen Marije en vervolg met: “waar gaan we heen?” We gaan naar het noorden, maar het duurt even voor Marije op de bordjes ziet dat we richting Timaru gaan. Het is kwart over tien als we Dunedin verlaten en richting de zon rijden, richting het noorden, richting – we weten niet waar we heen gaan.

Het eerste stuk is mooi, heuvelachtig, agrarisch, maar niet overheersend. We stoppen voor koffie bij de Mouraki Boulders: bolvormige stenen in het strandzand. Het is onbekend hoe deze ronde stenen gevormd zijn, maar een paar gebarsten exemplaren geven een aardig beeld van de inwendige structuur.

Daarna een saaier stuk, maar alles is mooier in de zon. In Timaru is de tank leeg en iets later vullen we ook onze eigen tank aan. Het zijn de laatste kilometers langs de SH1 voorlopig. Die gaat namelijk langs Christchurch en we weten wel niet waar we heen gaan, maar wel waar we niet heen willen. We nemen de Inland Scenic Route – de 72 – die ons lange slaperige dorpen brengt, nog verlaten ski oorden en een vredig landschap van weiland, akkerbouw, wijngaarden en fruitgaarden. De heuvels op de achtergrond hebben zich meer naar de voorgrond gedrongen, maar voor sneeuw op de toppen zijn deze bergen nu nog te laag. Het is warm in de zon, niets dat aan de winter doet denken.

We rijden voor de heuvels langs op een vlakte, maar zo nu en dan heeft het motortje van onze auto er toch wat meer moeite mee; gaat het toch omhoog? Het moet wel, want ineens duiken we een kloof in en passeren een bijna geheel droogstaande rivier. In het voorjaar zal het er hier anders uitzien. Het is wel erg mooi en maakt deze detour de extra tijd meer dan waard.

We moeten nog wel ver. We hadden er voor kunnen kiezen om hier in de buurt een plek te vinden om te overnachten en de volgende ochtend alles weer in te pakken voor een klein eindje rijden en dan weer ergens overnachten en alles inpakken voor een korte rit. We hebben besloten helemaal door te rijden naar Kaikoura, de plek waar we vier jaar geleden ook zijn geweest. We gaan zelfs – toevallig – naar dezelfde campsite. We willen namelijk de zeerobben (fur seal) nog een keer zien. We hebben daar dan ook alle tijd voor, want we kunnen twee nachten in Kaikoura blijven.

Een goed verhaal heeft altijd een verbinding tussen het begin en het einde en zo voelt het ook om aan het einde van deze reis dezelfde plaats aan te doen die we vier jaar geleden ook aandeden aan het einde van onze reis. Zo verlangen we ook weer om terug te zijn in Auckland; om het begin met het einde te kunnen verbinden, het verhaal rond te maken voor we vertrekken.

Maar we hebben nog aardig wat kilometers te gaan. Je mag op de meeste wegen gewoon 100 kilometer per uur, maar reken niet op een gemiddelde van 100 per uur. Er zijn altijd stukken waar je minder hard kunt omdat de weg ineens door een kloof slingert, omdat je achter een vrachtwagen rijdt (oke, dat scheelt bijna niets…). We vorderen dus gestaag, we kruipen van dorpje naar dorpje op de kaart. Steeds vaker passeren we brede droogliggende rivierbeddingen, met nog een enkel klein stroompje. Het smeltwater is nagenoeg op, misschien is er nog wat regenwater dat zijn weg naar de zee probeert te vinden, maar dat is dan ook alles.

Opeens zijn we weer bij de SH1, de grote weg van Bluff in het uiterste zuiden tot Cape Reinga in het uiterste noorden (2081km). Op beide punten hebben we gestaan en we hebben het grootste gedeelte van de SH1 gereden. Alleen niet van Invercargill naar Edendale (37km) en niet van Winchester naar Amberley (182km).

de SH1, de grote weg. Twee baans, soms aardig slingerend en uiteraard komen we ook hier One Lane Bridges tegen. Het begint inmiddels al een beetje te schemeren en aangezien we aan de oostkant van het eiland rijden, is de zon al snel achter de bergen verdwenen. De Southern Alpes strekken zich uit tot de noordoost kant van het eiland. Het landschap wordt daarmee ook absoluut mooier. Aan de ene kant de diep blauwe pacific en aan de andere kant de bergen. We hebben al geconstateerd dat de westkant van het zuid eiland mooier is dan de oost kant. Spannender eigenlijk. Het noorden van de oostkant begint op het westen te lijken en is vergelijkbaar mooi.

Het is al donker al we het laatste kronkelige stuk voor Kaikoura rijden. De advies snelheid voor de meeste bochten is maximaal 45, meestal 35 en soms 25. En het is maar beter – zeker in het donker – om die snelheid aan te houden, want ons autootje kan er zeker niet harder doorheen. Eerst slingeren we nog door de heuvels, maar het allerlaatste stuk strak langs de kust, samen met de spoorlijn. Hier, langs deze kust wonen de zeerobben. Morgen gaan we ze bekijken. Eerst inchecken, de koude avond vullen met een curry, rode wijn en het spel Ticket to Ride. De wolkenloze, strak blauwe lucht vn vandaag heeft plaats gemaakt voor een waanzinnig firmament: een enorme hoeveelheid sterren, de makkelijk te ontwaren melkweg – het is fenomenaal.

Vorige dag – De reis naar Zuid – Volgende dag