Van Fairlie naar Dunedin

Het was een stuk rustiger in het hotel. Toch zijn er bij het ontbijt nog anderen in de zaal die de “dining room” genoemd wordt. Waarom is ons onduidelijk. Er staan in elk geval ruim onvoldoende tafels voor zelfs dit geringe aantal gasten. En dan kom je dus te dicht in de buurt te zitten van iemand die de morgenrust niet weet te waarderen en al vroeg in de ochtend graag haar eigen stem hoort. Het is een oude dame, dus we zijn vriendelijk. Bovendien leren we van haar dat afgelopen weekend het nationale schoolkampioenschap roeien plaatsgevonden heeft in Twizel. Dat verklaart niet alleen waarom we gister een hele reeks auto’s met roeiboten gezien hebben, maar ook waarom we hier zitten en niet dichter bij Mount Cook. Het lag dus niet aan het late boeken…

Als iedereen vertrokken is, vertrekken ook wij. Half tien is een mooie tijd om te gaan rijden. Dunedin is zo’n 250 kilometer rijden, wat ons hier een uur of drie zou moeten kosten. Het eerste stuk langs de helder groene bomen waarin de eerste herfstkleuren zich aandienen. Het is vriendelijk, rustig en erg prettig landschap. Al snel slaan we echter een kleinere weg in om zo sneller door te steken naar de SH1. De weg gaat door de Pareora Gorge en dat betekent wat meer slingeren, maar dat is juist leuk. Alles is ineens wat compacter: de weg smaller, de heuvels steiler, enzovoort. Vlak voor we bij de SH1 komen, wordt het weer vlak en rijden we door een rustiek rivierdal.

Daarna wordt het saai. We rijden over de SH1 langs de kust met zo nu en dan iets dat voor een nederzetting door moet gaan en wat agrarisch landschap om ons heen. New Zealand is overal spannend en mooi, behalve op dit soort stukken. Het rijdt echter goed door, dus het duurt maar even. In Oamaru stoppen we om te tanken. De laatste dagen is het verbruik ineens een stuk gunstiger. Of het komt omdat we de koelvloeistof bijgevuld hebben is onduidelijk, maar dat heeft vooralsnog waarschijnlijk wel een gunstig effect op het motortje.

We nemen ook maar meteen de tijd om een bakje koffie te drinken. Zonder een fatsoenlijke bak koffie gaat het functioneren na verloop van tijd toch ook stroever – althans, dat geldt voor mij, Marije houdt het op warme chocolademelk. Het barretje is tegenover een mooi gebouw uit de eerste dagen dat de Pukeha (blanken) dit gebied begonnen te koloniseren. Zo’n 150 jaar oud dus. Er staat ook nog een interessant monument. Dat maken we tenminste op uit de horde aziaten (voor het gemak zijn dat altijd Japanners, maar strikt genomen kunnen het ook bijvoorbeeld Chinezen of Koreanen zijn) die de obelisk staan te fotograferen.

Na het eigenlijk niet eens onaardige stadje Oamaru wordt ook het landschap weer wat interessanter. Het heuvelt wat meer, er is meer onaangeraakt land en het laatste stuk voor Dunedin verrast ons met een aantal mooie uitzichten over de oceaan en een paar stevige heuvels. Dunedin ligt aan een baai, beschut door een schiereiland.

Aan het einde van dat schiereiland kunnen we geel-oog pinguins gaan bekijken. Die komen aan het eind van de dag terug naar huis van een dagje vissen in de oceaan. We zijn er dus op de ideale tijd. Niet veel mensen komen zo laat (16:45), dus we gaan onder begeleiding van een gids met een kleine groep op pad. Het is de bedoeling eerst wat robben te gaan bekijken, maar zijn gewaarschuwd dat elk moment een pinguin uit de golven kan opduiken. Juist op het moment dat de gids aangeeft dat we kunnen afdalen naar de rustplek van de robben, ziet Marije een pinguin onze richting opkomen. Snel wordt de route veranderd – er zijn genoeg paadjes – zodat we de pinguin even later de helling op zien waggelen. Deze pinguins zijn niet zo sociaal, vergeleken met andere pinguins. Ze zijn meer op zichzelf, houden van wat privacy en dit is een vrijgezel mannetje dat op weg is naar zijn schuilplaats. Er is een overschot aan mannetjes, dus het zal wel even duren voor deze een partner vindt. Het lijkt of het hem aan te zien is, zoals hij als een triest mannetje de heuvel op schuifelt, met hangende schouders en moe van een zware dag en het vooruitzicht op een lege schuilplaats.

We zien nog een stelletje, wat weer een heel verhaal is – naast een hele zoektocht. De dieren zijn namelijk in principe monogaam, maar ze scheiden nog wel eens. De sociale dieren wat meer dan de minder sociale pinguins zoals deze. Nu is er een mannetje dat het een tweede keer met een bepaald vrouwtje aangelegd heeft, maar er is weer een jonger mannetje dat een affaire is begonnen met dat vrouwtje. Helaas zien we de drie niet samen, maar het is zeker dat het een geweldige soap is. Het mannetje en vrouwtje zien we met ruggen naar elkaar gekeerd staan. Pas na enige tijd loopt de een om de ander heen zodat ze elkaar weer aankijken. Maken ze het weer goed?

In het donker rijden we langs de rand van het scheireiland terug. Het water staat nu hoog, anders dan op de heenweg, en dat water komt tot aan de weg. Het stroomt zelfs lichtjes over de weg! Gelukkig rijden we aan de landkant van de weg.

Vorige dag – De reis naar Zuid – Volgende dag