Van Invercargill naar Queenstown

De voorspelling voor vandaag zijn dramatisch. Het maakt niet uit waar we heen gegaan zouden zijn, het is overal even kansloos: regen regen regen…. Het regent als we onze spullen in de auto laden en van de camping wegrijden. Zodra we onderweg zijn, lijkt het echter beter te worden. Het plan is om vandaag een detour te maken door de Catlins. Vanaf Invercargill volgen we de Tourist Highway in oostelijke richting tot Fortrose, waar we weer aan de kust komen. Hier is een informatie centrum en begint de Coastal Route. Die weg is interessant, want komt vlak langs drie punten die ons – op basis van de foldertjes die we zien – wel interessant lijken De vuurtoren in Waipapa, waar we mogelijk ook zeeleeuwen kunnen zien, Slope Point, het meest zuidelijke punt van het Zuid Eiland en Curio Bay, waar we mogelijk dolfijnen en pinguins kunnen zien.

Het blijft verbazingwekkend droog, al is de lucht soms aardig dreigend. Aan de andere kant is dit perfect weer om de kust verkennen: de oceaan beukt hard op het land, dat nog even haar vuist lijkt te ballen door nog een keer de hoogte in te gaan, hopend met haar hoge rotswanden het water tegen te houden. En tot op zekere hoogte lijkt dat te lukken. Het water beukt met veel geweld op de rotsen en wordt meters hoog de lucht in geslagen. Het lijkt duidelijk wie de winnaar is, maar met elke slag van het water wordt een kleine hoeveelheid van het land verpulverd. De enige hoop die het land heeft, is de tektonisch plaatwerking die de Southern Alpes 4 centimeter per jaar omhoog laat komen (om vervolgens diezelfde hoeveelheid hoogte te verliezen via erosie).

Op een stukje strand in de luwte van het geweld van de oceaan, ligt een zeeleeuw te luieren. Ach die golven… het beest is niet bepaald onder de indruk, krabt zichzelf achter de oren en vleidt zich weer neer voor een dutje.

We rijden verder naar het volgende punt: het meest zuidelijke punt van het Zuid Eiland. De asfalt weg gaat over in een onverharde weg, nog voor de afslag naar Slope Point. Dat ligt 6 kilometer van de Coastal Route. De laatste paar honderd meter moeten we door het weiland van een boer lopen. Dat mag, als je maar het hek sluit. Het mag alleen niet tussen 1 september en 1 november, want dan krijgen de schapen hun lammeren. Aan het einde van het weiland, daar waar het land ophoudt, staat een eenvoudige wegwijzer. Ergens in de 5000km naar de Evenaar en iets minder dan dat naar de Zuidpool. Veel meer is er eigenlijk niet te zien – behalve dan weer het gevecht tussen zee en land. En de typische bomen die hier staan. De wind lijkt ze volledig omgewaaid te hebben. Soms gaat de stam in eerste instantie nog wel enigszins verticaal omhoog, maar daar waar de takken met bladeren beginnen, zijn ze allemaal sterk gebogen, van de kust af. De bast van de bomen is grijs, alsof de bomen al dood zijn. Een bijzonder gezicht!

We zien vandaag een stuk New Zealand zoals we het nog niet gezien hebben. En dat maakt het zeker zo bijzonder. Het is duidelijk een goed plan geweest om hier te komen. Daarbij: om ons heen ziet de lucht er soms behoorlijk donker uit, maar we zijn altijd precies daar waar het net even niet regent. Goede timing.

Het laatste punt dat we bezoeken, is Curio Bay. Hier houden zich dolfijnen en pinguins op. De pinguins komen doorgaans pas aan het einde van de dag, dus de kans dat we die zien is nihil. De kans een dolfijn te zien is ook klein, omdat ze hier voornamelijk in de zomer zitten en ook hier zijn de golven hoog, rollen ze met geweld over de rotsen – niet echt een stukje water om relaxed in rond te dobberen.

Als we over het water kijken, zien we echter iets dat toch echt verdacht veel lijkt op een dolfijnen vin. Als we beter kijken, komen we tot de conclusie dat er zich toch echt twee dolfijnen ophouden in de baai voor ons. Hun rugvinnen en een klein stukje rug komen zo nu en dan even boven het water oppervlak. Meer krijgen we niet van ze te zien, maar het is al meer dan we verwacht hadden.

Als we terugrijden in westelijke richting naar Queenstown, genieten we nog even van de glooiende heuvels van Catlin; het is absoluut de moeite waard geweest om naar het uiterste zuiden van het Zuid Eiland te reizen. Het is hier mooi, anders dan we tot nu toe gezien hebben. Langzaam verandert het landschap in het ruigere berglandschap met aan de horizon de donkere schaduwen van Fjordland. De zon schijnt zo nu en dan tussen regenbuien die links en rechts langs ons heen gaan – en slechts een enkele keer moeten de ruitenwissers ingeschakeld worden.

Vlak voor Queenstown regent het wel weer en in de avond zet de regen verder door, maar we hoeven nergens heen. We maken in de eetzaal een praatje met een Kiwi die hier met een groep kinderen is die aan een triathlon mee hebben gedaan. Weer dat makkelijke contact. Morgen is het weer zonnig weer hier. En dat gaan we vieren met een wijntje!

Vorige dag – De reis naar Zuid – Volgende dag