Van Whataroa naar Wanaka

We hopen natuurlijk op weer dat helicopter vluchten en hikes op de gletsjer niet toelaat. Dan hebben we in elk geval geen last van het “hadden we maar” gevoel. Nou… dat is helemaal goedgekomen…. Het regent als we opstaan, het regent als we wegrijden, het regent iets minder als even stoppen voor een mooie foto, de wolken hangen laag en dreigend over Franz Josef – het dorpje, van de gletsjer vallei is nagenoeg niets te zien en de gletsjer zelf…. De wat? Waar?

Als we de One Lane Bridge oversteken om Franz Josef achter ons te laten, zien we boven de rivier een laagje mist hangen, op een net wat lichtere achtergrond – alsof het op gaat klaren – met daarboven weer de laag hangende regenwolken. Een prachtig plaatje.

Verder regent het, regent het nog veel harder, regent het iets minder, dan weer heel hard. Iets minder had ook gemogen hoor. Het regent als we stoppen voor koffie bij een zalmkwekerij. We eten er een kom Salmon Chowder en kopen het eerste deel van ons avond eten: een stukje zalm.

Het regent nagenoeg niet als we bij Knights Point even uit de auto stappen voor een paar foto’s van de kust waar we kennelijk dicht langsrijden. Het is niet zozeer de mist die ons verhindert te zien waar we nu precies rijden, maar we hebben stukken vallei gehad, die de hoge bergen van de alpen van de zee scheiden, zijn over slingerende wegen omhooggekropen en hebben door dicht tropisch bos gereden. En dat alles ligt allemaal pal naast de Tasman zee.

Het is ook niet de regen die ons weer snel de auto in dwingt: sandflies. Zodra we de auto uitstappen worden we aangevallen door grote getalen van deze kleine stekende mugachtige insecten. Je voelt ze bijna niet tot je een scherp prikje verneemt en dan is het al te laat. De zandvlieg laat zich makkelijk doden, maar het kwaad is al geschied. Natuurlijk moet je gewoon van dat bultje afblijven en de jeuk negeren. Jaja… Dat zou moeten ja… potjandorie…

De regen is eigenlijk wel een beetje aan het afnemen. We zijn bijna bij Haast, waar de weg landinwaarts keert. Ten zuiden van Haast ligt Fjordland en daar kun je niet komen met de auto. Je kunt alleen naar Milford Sound rijden, maar niet van hier. Verder zijn er – ok, naast de Wilmer Pass, waarover later meer – geen wegen in dat gebied. Om het te vertalen naar een Nederlandse situatie zou je kunnen zeggen dat er in Friesland niet alleen niemand woont, maar er ook geen wegen zijn en de natuur zijn gang kan gaan. Geen enkele menselijke verstoring. Misschien zijn sommigen nu op een idee gebracht, maar voordat begonnen wordt met de ontvolking van Friesland: een stukje vlak land staat natuurlijk in geen enkele verhouding tot Fjordland als het gaat om natuurlijke schoonheid.

Anyway… Vanaf Haast verlaten we dus de westkust. Haast leek ons op de kaart een plaatsje van enig formaat. Enig formaat is hier overigens niet vergelijkbaar met de Nederlandse begrippen. De aanwezigheid van een supermarkt is al heel wat. Eigenlijk hebben we sinds Fox Glacier geen tankstation meer gezien. Een Subway is al helemaal in geen velden of wegen te bekennen. De laatste nederzetting dat het woord “dorp” met zekerheid recht kan doen, is Hotikita – en dat ligt een kilometer of 200-250 noordelijker. “Haast Township” heeft wel een groot bord, maar daar houdt het ook echt mee op. Er is weliswaar een (kleine) supermarkt, maar toch vragen we ons af waar de mensen die wonen in de huizen die we langs de westkust hebben gezien – en soms hebben de kleine verzamelingen huizen een naam die op de kaart terug te vinden in – boodschappen doen. Wonder boven wonder vinden we juist hier toch nog een paar souvenirtjes waar we naar op zoek waren.

Misschien komt het allemaal omdat de zo inmiddels doorgebroken is en de lucht is van asgrauw naar strakblauw veranderd. En dat zal niet meer veranderen, ook al hangen er nog wolken tussen de bergen in de richting waarvan de neus van onze auto nu staat.

We hebben ons al rijdend langs de westkust de afgelopen dagen, verbaasd over hoe plots de Zuidelijke Alpen oprijzen. Er is dus vaak nog wel een vlakte die de bergen van de zee scheidt, maar na de vlakte gaat het meteen zonder aarzeling hoog de lucht in. Nu we landinwaarts keren, verwachten we dan ook binnen afzienbare tijd te moeten klimmen. Dat blijkt echter niet het geval: we volgen lange tijd de rivier Haast, en die heeft niet zoveel haast om hoogte te maken. We rijden door een relatief breed dal en de weg gaat wat op en neer, maar echt spannend is het niet.

Marije is in Haast achter het stuur gestapt. Dat is een bijzonder wonderlijke situatie. Ze heeft weliswaar in Auckland gereden, maar rijdt niet op de snelweg. En dit is toch echt de grootste weg hier in de buurt. Oke… ook de enige…. Maar we zijn op vakantie en dan ook nog eens op vakantie in het buitenland en dan rijdt Marije nooit. Het is dus even wennen voor mij om aan de linker kant van de auto buitenspel te zitten. Marije vindt dat hartstikke grappig. Ik zie van alles, maar probeer met name te letten op de omgeving. En net als ik de rust een beetje gevonden heb en geniet van het uitzicht op de dicht begroeide hellingen, waar om de haverklap watervallen in te ontdekken zijn, draait Marije een parkeerplaats op: ze vindt het eigenlijk helemaal niet leuk om achter het stuur te zitten!

Niet voor een paar foto’s gemaakt te hebben rijden we door en de weg komt ineens in een nauwer dal. We passeren een one lane bridge en zien het water er onderdoor bulderen: het lijkt wel een enorm lange, vrij vlakke waterval. We stoppen om het geweld op de foto te proberen te krijgen. Dat lukt niet helemaal. De ideale plek is midden op de brug, maar ondanks dat het best rustig is op de New Zealandse wegen is dat toch echt geen goed – en geen legaal – idee.

Even later rijden we weer over een vlakte. Dat we hoger zijn merken we met name aan de bergen met hun scherpere en onbegroeide toppen. Sommige bergen zijn zelfs helemaal kaal. Het dal verbreedt zich nog iets en de rivier verandert in een meer: we zijn bij het noordelijke deel van Lake Wanaka. Het einddoel is de zuidelijke kant. De weg loopt langs het meer en als we stoppen om van het blauwe water, de blauwe lucht en de in de zon badende bergen wat foto’s willen nemen, blijkt het hard te waaien.

Kort daarna steekt de weg over naar Lake Hawea. Op een paar honderd meter na zijn de grote meren met elkaar verbonden. Of het ooit een meer zal worden weet ik niet, maar niet wanneer wij nog rondlopen op deze wereld; het zal nog wel een paar jaartjes duren.

Wanaka ligt onderaan het Lake Wanaka en blijkt behoorlijk toeristisch te zijn. Prima, gezellig! We installeren ons in ons hutje, met multifunctionele bed-bank-tafel-stoel (lees: er staat alleen een bed in het hutje), en lopen terug naar het bruisende centrum. Het is maar wat je bruisend noemt, maar het is hier aanzienlijk drukker en er wonen aanzienlijk meer mensen dan in de gehuchten die we in de laatste 300 kilometer van de westkust hebben gezien. Biertje, wijntje en calamaris op een terrasje om te genieten van de laatste zonnestralen. De wintertijd is hier ingegaan, dus het is om 19:00 donker. En in het dal valt de schaduw van de bergen ruim voor zonsondergang over het stadje.

De regen hebben we voor nu even achter ons gelaten. Er wacht een heldere koude nacht. Maar dat deert ons niet, want wij hebben een knus hutje.

Vorige dag – De reis naar Zuid – Volgende dag