Neus op de feiten

De nieuwe eerstejaars lopen weer op de campus rond. Vol goede moed beginnen ze aan een nieuw avontuur. Doet me denken aan mijn introductie. Om eerlijk te zijn weet ik er niet eens zo heel veel meer van af. Maar ja, het is dan ook 20 jaar geleden, dus dat de details wat vervagen is misschien niet meer dan logisch.

Ja, we dronken bier, maar niet al te gek; we gingen naar het concert van Vandikhout en aten in een Grieks restaurant. We hebben fietsen in elkaar gezet en zijn door de vijvers van de UT gelopen.

En toen begonnen de colleges. Ik heb van een enkele collega van mij nog college gehad. De meeste docenten zijn inmiddels echter allang met pensioen. Maar als ik terug denk aan die colleges lijkt het wel alsof die collega’s toen al net zo oud waren als ze nu zijn. Komt dat nu hoe je als 18 jarige tegen een docent aankijkt? Iemand die al wel in de 30 is? Of wordt het beeld van het verleden vertroebeld door het beeld van de huidige tijd? Als je een foto ziet van die tijd, zal ongetwijfeld blijken dat die persoon er toch inderdaad echt wel een stuk jonger uitzag.

Straks sta ik weer voor de nieuwe lichting studenten. Het cliché: de studenten zijn elk jaar weer jonger. Maar hoe zien ze mij? Ik ben natuurlijk nog erg jong, of toch wel erg oud voor ze… Meer dan twee keer zo oud, her en der al wat grijze haren.

De nieuwe generatie start volgende week maandag. Een deel zal het niet halen en misschien wordt een enkele wel mijn collega. Tegen die tijd eens vragen of ik ouder geworden ben.