De laatste uitdaging

Het zal duidelijk zijn wat de laatste uitdaging is. Waarom? Waarom die uitdaging aangaan? Het bestaan is voldoende. Het is voldoende dat die pukkel er ligt en dat er een weg naar boven, naar de top gaat. Dat is de reden om die weg te lopen, dat is de reden om de uitdaging aan te gaan.

En dus vertrek ik om 7:30, daal af de wijk uit naar de doorgaande weg, steek de rotonde recht over om richting Benitatxell te gaan en dan langzaam stijgen tot de volgende rotonde, bij de (supermarkt) Mercadona, rechtsaf, meteen links en weer rechts.

Muur.

De klim begint en er is niets anders hierover te zeggen dan dat ene woord. Ik heb net drie kilometer gehad en er wachten mij nu 4 kilometers tot ik de top bereikt heb en het begin is een muur. Na enkele honderden meters staat er een bord “Vuelta”, een stijgende lijn, waarvan het eerste kleine deel iets donkerder gemaakt is, tot een stip die de plek van het bord weergeeft. De boodschap van het bord: Dit kleine beetje heb je gehad, dat hele stuk moet je nog. Oh ja: 19.74%. Traplopen.

Na het eerste bizar steile stuk vlakt het iets af. In het dorpje is het stijgingspercentage maar 5% en even gaat het zelfs een enkele meter omlaag, waarna de weg zich snel weer opricht. Een lange constante helling in zuid-zuid-oostelijke richting. Al die tijd: traplopen, geen moment dat mijn hakken de grond ook maar benaderen. Steeds weer trekken mijn spieren mijn knieen omhoog, landen mijn voorvoeten op de grond, opnieuw, opnieuw en opnieuw. Steeds ongeveer een meter verder en 10 centimeter dichter bij de top.

Als het lijkt alsof je bovenaan bent, gaat de wielren etappe officieel nog even rechtdoor om pas daarna af te slaan naar het noorden en dan met een haarspeld S-bocht uiteindelijk de top te bereiken. Ik sla iets eerder af, om zo te voorkomen dat ik dezelfde weg terug moet of een deel opnieuw moet klimmen. Volgens mij snij ik eigenlijk iets af, dus ben ik met minder voorwaartse meters bij de top. Het laatste stuk is tegen de wind, recht en steil. Ik verbaas me er bijna over dat ik een met haar hond wandelende vrouw inhaal: veel harder dan een stevig wandeltempo gaat het niet.

Maar dan is daar uiteindelijk de top: de top van de Cumbre del Sol, waar de namen van grote wielrenners op het wegdek geschreven staan. Ik gun mezelf even de tijd om rond te kijken, naar de kleine wereld beneden me. Een paar dagen geleden liep ik over een heuvelrug, vlakbij Teulada en leek ik op dezelfde hoogte zijn als deze top, maar de heuvelrug is niet eens te herkennen als een hoogtepunt van enige betekenis. Niets en niemand om dit vast te leggen, behalve dat straks mijn Garmin zal aangeven dat ik hier geweest ben. Maar de kale berg staat in mijn geheugen gegrift. Ruim 400 meter boven de zee, ver verheven boven de rest van de wereld – zo voel je je ook als je hier staat.

Rustig daal ik af naar via de andere kant van de Cumbre del Sol. Halverwege de helling rijdt een vrachtwagen kreunend omhoog terwijl ik aan de andere kant van de weg gecontroleerd naar beneden val.

Benitatxell door betekent klimmen, van daar naar Teulada betekent iets afdalen en weer klimmen, maar ik mijd nu even de kleine weggetjes en dat betekent dat de stijgingen allemaal niets voorstellen. Ik neem ook de grote weg van Teulada naar Moraira – een lange, maar makkelijke afdaling. Het is goed. De berg is beklommen. Het kon op de laatste dag.

Terug bij het huis nog een keer in het zwembad de spieren verkoeling gunnen en me laven in de warmte van de zon. De anderen profiteren ook maximaal van deze laatste en mooie dag. Het weer is geweldig, dus wordt er uitgehaald wat er in zit. Rond het middag uur vertrekken Herman, Jorn en ik richting het vliegveld van Allicante. Alleen ik zal daar het vliegtuig richting huis nemen. Een lange reis, na een lange week, maar wat was het weer een geweldige week. Natuurlijk komen we om te trainen, maar dat werkt echt niet als je niet met een groep bent die het goed met elkaar kan vinden en uithouden. Waar gezelligheid en humor de pijn in de spieren verzacht. Het is goed om weer naar huis te gaan, maar het is ook fijn dat er een barrière tussen zit in de vorm van een lange reis. Acclimatiseren.