Stilte

De dag begint onder een licht grijs wolkendek. Minder dan gisteren. Ondanks de wind is het stil. Het is “Vaderdag” hier – Sint Jozef. Genoeg reden voor het Katholieke Spanje om een dag te sluiten. Jorn laat het vanochtend afweten, dus ik loop alleen de helling af, alleen het begin van de route die we gister als DL2 hebben gelopen. Ik sla echter op een bepaald punt rechtsaf waar we gisteren linksaf gingen.

Dat betekent verder omhoog. Links het dal waarin Moraira ligt, rechts de verder rollende heuvels. Hoger en hoger en ondanks dat het een wat grotere weg is, passeert mij slechts een enkele auto. Het uitzicht is fenomenaal. Ik lijk hoger dan alles en iedereen te lopen. Ver naar links de Cumbre del Sol. Een vertekend beeld, want ik lijk hoger te lopen, maar dat is niet zo. Eenzame hoogte, of althans de schijn ervan.

De hellingen lopen redelijk makkelijk. De bovenbenen lijken inmiddels redelijk gewend te zijn aan de heuvels. Mijn kuiten beginnen een beetje te protesteren, maar veel stelt het niet voor. Maar toch. Langzaam sluipt de vermoeiing er in. De wekker wekte me. Opstaan, hardloopkleren aan, weten dat je alleen op pad moet gaan. Voor de vijfde ochtend op rij 90 minuten duurloop. Waarom? Die vraag komt eigenlijk nooit in me op. Want op een gegeven moment loop ik op die heuvelkam. Het rolt, het gaat, het uitzicht is schitterend. Heerlijk.

Het is wel dat moment in de week om even wat meer de stilte op te zoeken. Een behoefte aan muziek. Ik weet mijn telefoon met de autoradio te verbinden zodat we in elk geval muziek via Spotify kunnen luisteren op weg naar de baan in Benidorm. Voor de medepassagiers lijkt het me beter om de speellijst “Songs to Sing in the Shower” op beschaafd volume aan te zetten in plaats van Lacuna Coil op minder beschaafd volume. Noem het een lichte vorm van heimwee. We hebben een geweldige groep, maar niemand is Marije.

De baan in Benidorm is trouwens een verhaal apart. Een enorme lappendeken; Een deel van de baan is keihard, terwijl andere delen, soms maar een paar meter, van ander materiaal zijn, zachter, of zelfs superzacht. De eerste keer dat je daar overheen loopt, schrik je in eerste instantie: het is alsof je in eens naast de baan loopt, je voeten zakken weg in de ondergrond, het is doorploegen tot je weer op het keiharde deel aankomt. Bijzonder…. Desalniettemin lopen we braaf zes of acht keer 1000 meter. We smokkelen wel een beetje, want degenen die 6x doen, hebben 2 minuten pauze, maar de marathonlopers, die 8x keer doen, hebben slechts 90 seconden. Lisanne en Gert lopen echter hetzelfde tempo als Jorn en ik, dus middelen we de eerste zes keer de pauze: 1:45.

Jorn loopt de laatste 1000 meter sneller dan ik, maar kan daarna amper meer zitten. Uiteindelijk blijken het zijn bilspieren te zijn die onder te hoge spanning staan, wat uitstraling geeft naar zijn staartbeen. Een goede massage doet wonderen, maar morgenochtend zal hij nog niet aansluiten bij de ochtendloop van 90 minuten.

‘s Avonds eten we couscous, naar recept van Anja. We zullen de het LAAC clubblad de Duurloper eens verblijden met wat recepten. Voor hardlopers, of beter: voor veel hardlopers. Onze hongerige magen hebben niet veel bijzonders nodig om tevreden gesteld te worden, maar culinair wordt er toch wel het een en ander uit de kast gehaald op de trainingsstages.