Voor de wedstrijd

Redelijk op tijd naar bed, geen gekke dingen gedaan gister en niet al te laat op vandaag. Goed ontbijt, terwijl ik rustig in mijn krantje blader. Rustig… die rust neemt steeds meer af. Beelden beginnen al door mijn hoofd te schieten van dat moment waar iedereen op heeft zitten wachten, het moment dat de spanning losbreekt met het lossen van het startschot.

In eerste instantie het gedrang. Iedereen probeert zijn weg te vinden. Als eerste (dat is: voor die ander) die bocht in duiken om een goede lijn te kunnen pakken. En zoeken, zoeken naar het juiste ritme, het juiste tempo. Wie loopt waar? Ontstaat er een groepje om bij aan te sluiten.

Maar dat duurt nog twee uur nu. Dat moment is nog ‘ver weg’. De spanning niet. Er staat inmiddels al spanning op alle spieren. Over een uurtje richting het park om te gaan inlopen en dat uurtje moet nog gevuld worden met geduldig uitzitten.

Even lekker wat anders doen lukt toch niet erg meer. Net nog even mijn trainingslogboek bijgewerkt, maar een beetje in de krant lezen is geen optie meer.

Het is toch elke keer weer een beetje hetzelfde voor een wedstrijd. De ene wedstrijd zorgt wel voor meer spanning dan de andere wedstrijd. Dit is er kennelijk eentje met meer spanning. Omdat het een thuiswedstrijd is? Rondom huis immers. Of de afstand: een afstand om te ‘knallen’, maar toch ook wel weer met een klein beetje beleid.

Een richttijd? PR. Nog even rekenen wat een goede kilometertijd is. Maar tegelijkertijd is het alsof er een sluier voor trekt, die het denken over tijden afschermt. Gewoon gaan. Domweg gaan.

Maar voor nu… het duurt nog zo lang…. Mijn startnummer, nummer 13, is allang opgespeld.