Huttenkloas loop

Wedstrijd: Huttenkloas loop
Datum: 04.10.2015.
Afstand: 21.1km
Type: weg

Op kilometer 15 gaat het echt mis: het parcours houdt dan definitief op mooi, misschien wat glooiend, maar toch her en der weer toegefelijk met een afdaling, een klein stukje vlak om op adem te komen. Op kilometer 15 is het daarmee afgelopen. Een steile helling die je kuiten, knieen en bovenbenen doen branden. Het gevoel totaal stil te staan bekruipt je. Na het steilste stuk volgt nog even een stuk minder steil en pas dan kun je afdalen op weg naar het toetje – en de Huttenkloas houdt niet van zoet. Als je benen net weer een beetje de pijn te boven zijn, wordt er een lange helling uitgerold die begint op kilometer 18 en eindigt voorbij kilometer 19.

Elk redelijk denkend mens zal zijn wenkbrauwen fronsen. “Je loopt toch voor je plezier?”. Ja, hoe maak je dat duidelijk. Halverwege de laatste helling doet het domweg pijn, het tempo lijkt te zakken, maar mijn tempo zakt niet meer dan degene die voor me loopt en met wie ik vorig jaar bijna de hele weg heb samengelopen. Vorig jaar moest ik op dit punt lossen. Nu haal ik ergens de kracht vandaan om me op te richten, rechterop te lopen en door de pijn in mijn knieen heen het tempo zo hoog te houden dat de ruim 100 meter tussen hem en mij niet groter worden.

In de laatste kilometers lukt het zelfs het tempo weer op te voeren: de laatste paar kilometer doorkomsten geven een eindtijd van 01:20:00 aan – na 21.0 kilometer. Rekenen kan ik kennelijk onderweg nog wel. 100 meter extra is ongeveer 24 seconden, dus in de allerlaatste kilometers zal ik terug moeten naar een tempo van 3:48, terwijl ik 4:00 liep over de kilometers 15 tot en met 19. Dat lukt: ik heb zelfs nog 8 seconden over.

Een clubgenoot vraagt vlak na de finish hoe het gaat en het duurt even voor ik kan antwoorden. Duidelijk diep gegaan – en om eerlijk te zijn: zo voelt het enkele uren na de wedstrijd nog steeds. Een paar minuten na de finish ben ik in elk geval wel in staat haar iets meer te antwoorden dan alleen “zwaar”.

Elk redelijk denkend mens zal zijn wenkbrauwen fronsen. “Je loopt toch voor je plezier?”. En degenen die de Huttenkloas kennen, weten dat het een mooi parcours is – om voor je plezier te lopen. Misschien niet heel snel, door de vele hellingen, maar wel genieten. Zeker met het weer van vandaag. Genieten. We herhalen het nog maar eens. Hoe combineer je dat met volledig kapot gaan?

Eigenlijk moet ik gewoon bekennen dat ik het niet zo goed weet. Het parcour is mooi, zondermeer. De oranisatie is prima, maar het is en blijft een wedstrijd. Een wedstrijd waarin je probeert met de juiste tactiek te lopen, want je weet dat het eerste deel voornamelijk naar beneden gaat, terwijl de tweede helft bijgevolg voornamelijk omhoog gaat. Niet te hard weg dus en ook niet te langzaam. Eerst dus een paar 10-kilometer lopers laten lopen en ze iets later weer inhalen, een zelfs anderhalve kilometer op sleeptouw nemen, tot de splitsing.

En dan zie ik dat een clubgenoot samen met – op dat moment nog een vermoeden – de eerder genoemde Duitser loopt. Goed 100 meter voor me. Ik loop toch echt een goed tempo, wat doet hij voor me? Zaak om de rust houden. Ik haal ze wel in en inderdaad kom ik heel langzaam iets dichterbij. En dat is het psychologische spel van hardlopen – dat hardlopen zo mooi maakt. Wanneer breken ze? Ik vermoed dat mijn clubgenoot (sorry…) zal breken, maar over de Duitser heb ik mijn twijfels. Inderdaad moet mijn clubgenoot lossen en nadat hij een paar kilometer achter mij aan kan sluiten moet hij ook bij mij lossen. Daarna is het de strijd met het gat tot de man voor me en de pijn in de benen, terwijl ik de laatste hellingen te lijf ga. Een gevecht dat je ook tussen de oren moet winnen.

En misschien dat dat al dat pijn lijden toch nog “mooi” maakt, misschien is dat toch uiteindelijk het plezier – hoe gek het misschien ook klinkt. De 1:20 grens is immers gebroken op dit parcours. Het parcours is misschien venijnig, maar heeft me niet kunnen weerhouden deze tijd neer te zetten.

Iets na mij komt de clubgenoot binnen die op 15 kilometer moest lossen binnen in een zeer respectabele tijd – het gat is nooit echt groot geworden. Na de finish hoor ik de fantastische tijd van een andere clubgenoot, die derde is geworden, luttele seconden na de winnaar (degene die mij haasde op de marathon). Indrukwekkende tijden. Toen ik nog in laatste kilometers was, lurkten zij al relaxt aan een sportdrankje.