Huttenkloas

Wedstrijd: Huttenkloas loop
Datum: 02.10.2016.
Afstand: 10.1km
Type: weg

Nog even een keer knallen voor de marathon. Niet zoals voorgaande jaren op het volledige parcour, dat slingert door de glooiende, bosrijke omgeving van Oldenzaal. Net als de voorgaande wedstrijden een 10 kilometer.

Dus wel volle bak. Volle bak tegen de hellingen op, volle bak er af. Maar tegelijkertijd ook weer niet te gek doen. Het is maar een 10 kilometer wedstrijdje. Het grote moment moet nog komen.

Ik heb de Huttenkloas al een paar keer gelopen en al heel wat andere wedstrijden en dat maakt dat er een vaste routine ontstaat, maar ook een ontspannen begin. Een wedstrijd loop je echter niet zonder wedstrijd spanning. En niet zonder plan. Wat gaan we vandaag doen? In Delden was het 35 hoog, op de baan 34 laag. “De benen voelen goed”, maar hoe hard gaan we? Hoe hard loopt de concurrentie? Wie lopen er eigenlijk. Ik zie wat lopers die geduchte concurrenten zijn – of eigenlijk, nee, eerlijk is eerlijk, daar verlies ik het gewoon van. Maar die blijken de 21.1 te lopen. Wouter en Arnold hebben zich wel aangemeld voor de 10. Wouter zou te snel voor mij moeten zijn, maar Arnold en ik hebben de afgelopen wedstrijden leuk gestreden, waarbij ik de ene keer en Arnold de andere keer sneller was.

Dan, iets te laat en na de onthulling van de weinig inspirerende nieuwe naam, klinkt het startschot. Het begin van de wedstrijd is altijd even zoeken. Zoeken naar het tempo, zoeken naar de concurrentie. Wie doet wat, wie pakt welk tempo? Sluit ik aan bij een groep of laat ik een groep aansluiten? Lopen is soms best denkwerk.

Maar al snel wordt het erg eenvoudig. Arnold, Wouter en ik lopen al snel samen en het tempo zit er goed in. Niet supersnel, maar toch een stevig tempo. Maar het begin is makkelijk. In de eerste kilometers dalen we iets. Daarna onverhard en omhoog. En dan begint het. Een eerste poging om te kijken hoe de concurrentie ervoor staat. Een prikje terug. Aanhaken. Allemaal weer terug bij af. Samen verder en dan weer opnieuw. Rond de vierde kilometer versneld Wouter. Dat wordt me te gek denk ik. Toch blijf ik aan het elastiek hangen en loop ik het gaatje weer dicht. Het gaat wel. Voor mij althans: Arnold moet afhaken. En op dat moment is Arnold geen trainigsmaatje, maar een concurrent. Keihard, we zijn heel sociaal – buiten de wedstrijden. Nou, soms ook in een wedstrijd. Maar een concurrent lossen geeft altijd een boost, terwijl moeten lossen altijd een mentale aanslag is.

Nu Wouter nog. Maar Wouter denkt hetzelfde. En dus blijven we bij elkaar en maken de wedstrijd hard zoals dat heet. We stuiven over de paadjes, kronkelen door het bos, dalen en stijgen. Maar samen; we krijgen de ander niet klein. 800 meter voor het einde, terwijl we langzame lopers van de 5 inhalen, gaat Wouter ervandoor. Ik ben dan eigenlijk makkelijk te verslaan. Ik kan dat niet. Ik kan lange duur. Ik kan geen tussensprint. Later zegt Wouter te vroeg te zijn gegaan. En achteraf klopt dat. Ik had hem misschien nog in kunnen halen, want de afstand werd niet meer groter. Dat zit niet in me en waarom ook? Volgende week moet het pas gebeuren. Daarbij loop ik sowieso een goede tijd: 34:10 is de doorkomst op de 10km en dat is slechts 5 seconden boven de tijd die ik op de baan liep. Alles is goed voor volgende week. Alles klopt. We zijn sterk, goed, goed voorbereid. Laat het maar komen.

Maar eerst nog een week rust.