Wharf2Wharf

Wedstrijd: Wharf2Wharf
Datum: 16.01.2016.
Afstand: 25km
Type: weg

Wat moet een Nederlander op de Wharf2Wharf 25km Fun Run op Waiheke (een eiland 30 minuten van Auckland)? Het is een vraag die je je serieus zou moeten stellen voor je je inschrijft voor een wedstrijd als deze. Het antwoord zou eigenlijk moeten luiden: begin er niet aan. Maar ja… je bent hardloper, je bent in het buitenland en wat is er dan leuker om een wedstrijdje te lopen? De sfeer te proeven, de comptitie aan te gaan met de locals. En dan ook nog eens op een plek waar je de rest van het weekend lekker kunt relaxen? Inschrijven dus en ook een plekje om te slapen regelen.

Het eerste probleem om te tacklen is hoe om 07:10 in de ochtend bij de ferry landing te komen. We zitten in een leuk studiootje zo’n 4 km van de pier. Maar dat is door de eigenaresse van de studio al een week voor de start geregeld: ik word opgehaald om 06:40 door een buurman die ook mee doet. James is te herkennen aan z’n landrover. En het is een aardige kerel.

Wij zijn dus ruim op tijd bij de ferry, die er nog niet is. De ferry is ruime voor 07:00 uit Auckland vertrokken, vol met lopers. Wij worden uiteindelijk kort voor half acht opgepikt, waarna de boot snel vertrekt naar het andere eind van Waiheke, de pier Orapiu, aan de zuidoost kant van het eiland. Het oosten van het eiland is groter, maar juist amper bebouwd. Om 08:05 komen we aan bij deze uithoek van het eiland – slechts enkele minuten om een beetje warm te lopen. Ai, dat is niet ideaal, ik had gehoopt tijd te hebben een beetje warm te lopen. En rustig beginnen zit er tot op zekere hoogte niet in, want we gaan meteen de hoogte in. De weg stijgt na de startlijn vrijwel direct, maakt een haarspeld bocht, stijgt verder, nog een haarspeld bocht en nog meer stijging.

Bam… dat komt aan, maar gaat eigenlijk nog wel redelijk goed. Ik probeer me in te houden, rustig eigen tempo, niet te snel, ook al lijkt het wel sneller te kunnen. Deze eerste klim is namelijk zeker niet de laatste of de zwaarste. De eerste 10 kilometers zijn afzien, daarna is het overleven. De route is dan “vlak”. Tot vlak voor de finish.

Toch loop ik meteen al redelijk vooraan. Ik ken de concurrenten niet, dus ik heb geen idee wat zij kunnen. Ik ga ervan uit dat ze meer ervaring hebben met heuvels dan ik – daar hoef je namelijk niet zoveel heuvels voor te hebben gelopen. Ik heb in Auckland inmiddels met iets aan ervaring opgedaan met het rennen tegen een schijnbare muur, maar een paar weken ervaring is natuurlijk niets. Ik ben nog nooit in wedstrijd tempo tegen een serieuze helling opgegaan.

Dus laat ik de jongens voor me rustig lopen. Ik daal wel redelijk makkelijk, daar kan ik steeds wat meters terug pakken, maar er is absoluut geen moment van rustig op adem komen. De weg gaat omhoog of naar beneden. Het eersste stuk gaat door een bosrijke omgeving. Dat is niet alleen mooi lopen, maar ook fijn vanwege de schaduw die de dichte begroeiing op de weg werpt. De zon staat al fel te branden aan de staalblauwe lucht. Het is amper onder de 20 graden geweest vanacht. En om de 2.5 a 3 km is er een waterpost. Ik probeer steeds een slok te drinken – veel meer lukt me tijdens het lopen toch niet – en gooi de rest over mijn hoofd: pet af, water over m’n hoofd en pet weer op. Het werkt goed om het hoofd koel te houden.

En dat is nodig, want er moet een mentale strijd geleverd worden: onverbiddellijk gaat de weg weer omhoog na een poosje wat luchtigjes op en neer gegolfd te hebben. En los van steil, is de helling ook lang. Hier verlies ik veel op de mannen voor me en dat is altijd lastig. Mijn kuiten beginnen inmiddels ook pijnlijk te voelen. Het is zo steil dat je bijna aan het traplopen bent. Mijn hakken raken de grond niet, dus er komt veel spanning op de kuitspieren en dat – zo laten ze weten – vinden ze niet heel erg fijn.

Trainer Barry Magee heb ik het al meerdere keren horen zeggen: “your body can only do what it is accustomed to do”. En mijn lichaam is duidelijk nog niet aan deze belasting gewend. Als ik eindelijk de top bereik, geef ik ook mijn 4e plek op, want ik moet enorm plassen… De afdaling is fijn, maar toch moet je een afdaling ook weer niet onderschatten. Het is op sommige stukken steil en vaart maken is niet altijd zo makkelijk zonder de controle te verliezen. En ik wil ook wel graag wat herstellen om het relatief vlakke stuk te overleven.

Bovendien… er komt nog een klim. En inmiddels loop ik niet meer in het bos, maar moeten we klimmen in de zon. Ja, de weg is mooi, de route is prachtig, maar de zon brandt er ook lustig op los, er is geen zuchtje wind dat voor een beetje verkoeling kan zorgen, en mijn kuiten zijn zeker niet opgehouden met hun protest tegen dit onbezonnen idee.

Na de derde grote klim is het even “rustig”. Afdalen, de grote weg verlaten, over een smal weggetje langs de noordelijke kust van het eiland. Even is het twijfelen tussen wat nu de weg is en wat een oprit van een huis, maar dat kost misschien maar een enkele seconde. Voor de helft van de lopers zit het er dan op: die doen de 13km van Orapiu naar Onetangi. Het is ook het startpunt van de 12km wedstijd van Onetangi naar Matiatia – wat ook voor mij het eind punt zal zijn. Handig georganiseerd zo!

Nog voor de 12km wedstijd start, heb ik de eerste 13km afgelegd. Dat mag ook wel binnen een uur, maar heel ruim is het niet eens. De route steekt het eiland weer over, maar gelukkig betekent dat niet dat er zwaar geklommen moet worden. Maar klimmetjes zijn er wel en het lijkt telkens alsof ik stilsta.  Maar steeds kom ik toch weer boven en steeds lukt het weer om de gang er in te krijgen. Ik word nog wel ingehaald, maar dat kan me niet zoveel schelen. Het is puur overleven.

De route is mooi, langs de kust, nu in de meer bebouwde regio, langs baaien die de vol boten liggen en wat kleinere wegen. Tegen het einde zelfs een onverharde weg vlak langs het water, om heuvel heen die de ene van de andere baai scheidt. Maar helemaal aan het eind gaat het toch nog een keer omhoog. Het is inderdaad niet zo steil, maar ik ben gezien de toestand waarin ik verkeer, verbaasd nog redelijk makkelijk boven te komen. Ik ben wel blij dat de dame die op de top van de heuvel zit, een kilometer voor het einde, zegt dat het alleen maar naar beneden gaat. 100 meter verder draait de weg echter weer vrolijk omhoog. Wat is dit? Gelukkig blijken we te moeten afslaan naar een bospad, deels met gras begroeid, deels losse aarde.

En dan uiteindelijk doemt de finish op. Ik vergeet mijn horloge stop te zetten, maar wat geeft het, ze hebben een goede tijdsregistratie. Ik ben alleen maar blij dat ik het gehaald heb. Mijn kuiten ontploffen van de pijn en ik laat ze dan door een van de masseurs onder handen nemen.

Het is nu twee dagen en twee rustige duurloopjes later, maar nog is de pijn erger dan ik ooit heb gehad. Zelfs niet na de marathon van Enschede. Ik was met mijn tijd van 01:49:46 zesde (van 189), iets meer dan 10, maar geen 11 minuten achter de winnaar. Barry Magee weet me nog te vertellen dat de winnaar kampioen van New Zealand op de 100km is. “Not bad for a Dutchy”, zoals de local die me een lift gaf opmerkte. Daar wil ik wel een paar dagen pijn voor lijden. Volgens Barry Magee zal ik volgende week harder rennen dan ooit – voorlopig kan ik me dat nog niet voorstellen en ziet het rennen er de eerste paar meters onbeholpen stijf uit. En de vaart is er ook even uit. Maar of ik het weer zou doen? Ja, absoluut!

Het hoogte profiel en de stijging van de Wharf2Wharf Fun Run in vergelijking met de Diepe Helloop. De hoogte is gemeten met mijn Polar horloge. Het stijgingspercentage (meters omhoog per meter vooruit maal 100%) is dus wat ‘hakkerig’.

Altitude_W2W-DH Steepness_W2W-DH