Wiezo Loop 2016

Wedstrijd: WieZo Loop
Datum: 15.08.2015.
Afstand: 10km
Type: weg

Voor een keer breken met de traditie: het halfjaarlijkse uitje van de buurman, oud-buurman en ik naar cafe Belgie eindigt steevast met een Westvleteren. Maar dit keer laat ik hem passeren: het is al bijna 01:00 en een Duvel Vedett Wit, een ‘iets met fleur’ tap biertje, een Hommelbier, een Chimay wit en Rochefort 10 zijn de prelude geweest. En dat is genoeg, want ‘morgen, inmiddels vandaag’ moet er hard hardgelopen worden.

De Wiezoloop. Tien kilometers, dit jaar over twee rondes. Een snel parcours, snelle lopers, dus ook hoge verwachtingen. Als je een snelle tijd neer wilt zetten is dit toch een uitgelezen mogelijkheid.

De start is om 17:00, dus tijd genoeg om uit te slapen, rustig en goed ontbijten, krantje erbij. Boodschappen doen, nieuwe hardloopschoenen (de Mizuno’s hebben inmiddels de 2000km grens bereikt) bij Huub gekocht. Kortom: de dag doorkomen tot we naar Wierden mogen vertrekken.

Her en der bekenden groetend, wordt het tijd om in beweging te komen. Bewolkt en niet al te warm. Lijkt het. Eenmaal in beweging valt een dikke deken van warmte over ons heen: het is benauwd. En er staat wat wind die in de open stukken buiten het dorp juist voornamelijk tegen zal zijn.

Bij de start, 100 meter voor de finish, is het dringen en een beetje duwen en trekken zodra het startschot klinkt. Maar dan is de weg vrij. Het voornemen is hard van start te gaan, maar ook een goede groep zien te vinden om me bij aan te sluiten. Dat kan tegen de wind in schelen.

Ik sluit aan bij de groep met de tweede dame. Er wordt goed samengewerkt; om de beurt wordt de kop door iemand gepakt, er wordt weinig verzaakt. Ik probeer buitenaf, tegen de wind in toch eerst te profiteren en niet te snel de kop te nemen, ook al lijkt dat wat tempo betreft makkelijk te kunnen. Het is ook pas de eerste ronde. Geduld….

In de tweede ronde valt de groep wat uiteen. Ik weet de loper die als eerste vooruit is gegaan bij te halen en merk dat mijn ademhaling rustiger is. Dat is op zich goed: ik ben op dit punt in de race kennelijk sterker. Maar we beginnen bijna aan het stuk tegen de wind in en dat betekent dus ook dat hij minder in staat zal zijn de kop over te nemen. Dat doet hij ook pas als we bijna bij de bebouwing terug zijn en nog anderhalve kilometer voor de boeg hebben. Op basis van een snelle berekening op het 8 kilometer punt heb ik dan geconstateerd dat de eindtijd richting 35 en een paar seconden gaat.

We worden echter bijgehaald door twee anderen en lopen niet meer tegen de wind. Het tempo gaat in de eindstrijd dus omhoog. Ik ben alleen geen sprinter en snap niet zo goed hoe je op kilometer 7 niet zo goed meer mee kunt komen, maar nog wel een eindsprint kunt doen. Het maakt me ook niet uit, want ik zie aan de klok dat het gaat lukken om binnen de 35 minuten te finishen. 34:55 wordt de eindtijd.

De “stage in New Zealand” heeft me kennelijk goed gedaan. Niet alleen ben ik veel meer kilometers gaan maken, maar de warmte was geen probleem voor mij; ik was eigenlijk alweer vergeten dat het tijdens het inlopen zo warm aanvoelde. De trainingsmaatjes die ik naderhand spreek zeggen er toch wel last van gehad te hebben.

Het is dus een goed idee om New Zealand te bezoeken – maar om een heleboel andere redenen is dat al een goed idee. En een bezoek aan cafe Belgie is – als je het laatste biertje overslaat – ook niet eens zo slecht. Of had ik dan, zoals mijn vrouw beweert, nog harder gelopen…?