Woolderesloop – 1

Wedstrijd: Woolderesloop – 1
Datum: 08.01.2017.
Afstand: 15km
Type: weg

Gaat het door of niet? Het weer is op z’n zachts gezegd beroerd – als het om hardlopen gaat – op de dag voorafgaand aan de eerste Woolderesloop. Dooit het vanacht genoeg om de boerenweggetjes en bospaden waar de wedstrijd op gelopen wordt, schoon te krijgen?

Geen bericht is goed bericht en de Woolderes wordt ook zelden afgelast. Bovendien: het weer is op zich goed. Het enige probleem is nog wat gladheid, smeltende sneeuw, aan het begin en de verste uithoek van het parcour zal ook lastig zijn. Maar het is wel warm genoeg voor de korte broek. Als ik een kwartier voor aanvang van de wedstrijd nog wat meer inloop, hoor ik ook regelmatig ‘commentaar’ op de korte broek – maar ik ben zeker niet de enige. Toch snap ik het wel, want enkele jaren geleden was het ook niet in me opgekomen om met dit weer in korte broek te gaan lopen. Ben ik beter bestand geworden tegen de kou? Of heeft het te maken met de snelheid waarmee ik loop?

De snelheid zit er de eerste meters nog niet zo erg in lijkt het. De start is traag, maar ook wat verwarrend: er wordt aangegeven dat het nog 10 seconden duurt, maar toch klinkt het startschot onverwacht veel eerder. Aarzelend komt iedereen op gang. Ook natuurlijk door de gladheid op het eerste stuk. Koen Wiggers was als eerste weg, maar ik vind dat hij te langzaam gaat en steek hem voorbij.

Voorop lopen op een Woolderes wedstrijd: vreemde gewaarwording. Mijn aanname dat ik dus wel snel ingehaald wordt, blijkt – zeer geruststellend – correct. Thijs Theunissen en Arnold Klieverik komen voorbij en ook Koen schroeft het tempo op. Ik laat de heren gaan. Doen toch allemaal de 10 en op de eerste kilometer doorkomen op 3:20 is, zoals Herman het zou verwoorden “een mooi marathon tempo”, maar voor nu op de 15 nog net even iets te snel.

Het mooie van vaker met dezelfde lopers een wedstrijd of training lopen is dat je niet om hoeft te kijken wie je inhaalt: ik hoor Wouter aansluiten en samen lopen we verder terwijl we zien dat we Koen wel in gaan halen. Wouter versnelt op 4 kilometer iets om aan te sluiten bij Koen en hem zelfs in te halen. Ik haal Koen iets later in, maar aan het begin van het stuk door het bos, waar de sneeuw nog op het pad ligt en het her en der gevaarlijk glad is, haal ik ook Wouter weer in. Ik lig op een derde plek van alle gestarte lopers als ik als eerste loper afsla voor een tweede rondje.

De fietser voor me fluit de langzamere lopers die ik in moet halen in mijn tweede ronde aan de kant. Volgens goed gebruik bij loopwedstrijden, passeren de snellere lopers de langzamere lopers links, dus als langzamere loper houd je meer rechts en laat een (kleine) ruimte links open. Met name als er net een fietser langs is gekomen om deze ruimte te maken. Kennelijk is dat echter toch moeilijk voor een aantal mensen, maar gelukkig gaat iedereen wel op tijd opnieuw aan de kant door mijn geroep of dat van andere lopers.

Aan het einde van de tweede ronde terug onder de A35 door. De weg is vrij, de weg is open, de weg is leeg. Geen anderen om mee samen te lopen, het tempo hoog te houden. Pas als de 10 en de 15 weer samen komen is de eenzaamheid voorbij. Achteromkijken doe ik maar 1 keer. Ik heb niet het gevoel dat er iemand mijn positie bedreigt en dat blijkt ook het geval.

Als eerste bereik ik dan ook de finish in wat blijkt een PR: 4 seconden sneller dan de Hoge Lage Torenloop! 53:33 dus. En dat terwijl ik op sommige punten toch echt voozichtiger moest lopen, niet bepaald op volle snelheid de bocht om kon en er geen andere waren om de wedstrijd tot aan het einde hard te maken.

Herman had al verwacht dat ik een 53-er zou moeten kunnen lopen. Tevreden dus warme kleren aan en op de fiets terug naar Enschede. Brrr. wat een koude handen….