Baaninstuif LAAC

Wedstrijd: LAAC Baaninstuif
Datum: 20.09.2018.
Afstand: 10.000m
Type: baan

Ik plof neer in de trein in Leeuwarden. Na een lange vergadering tijd om terug te gaan naar Enschede. Onderwijl college voorbereiden en wat mail beantwoorden. Bij een mailtje blijft het. Een enorme moeheid overvalt me. De overstap in Zwolle is bijna een onderneming, maar gelukkig kom ik weer een beetje bij tijdens het resterende uur naar Enschede. Ineens wordt me wel duidelijk waarom die laatste 2 kilometer gister zo moeizaam gingen.

De laatste 5 ronden van de 10.000 meter. Vijfentwintig ronden op de baan. Het tempo zakte weg en de doorkomst tijd bij de finish is een teleurstellende 35:33.

Goed, dat hebben we gehad. Nu de eerste 20 rondes.

De 10.000 meter is altijd – hoe moet je het zeggen? Het is een uitdaging. Niet zoals een marathon, maar in die zin vergelijkbaar: het zijn net even teveel rondes. Altijd is er een deel van de wedstrijd waarin je denk: waar ben ik aan begonnen. Vooraf denk je al: waar begin ik aan, maar dan ga je gewoon, als je naam genoemd is, de opstelling compleet, iedereen opschuift naar de startlijn en knal het startschot klinkt. Je gaat.

Om rondes later te denken: waarom…?

En toch: omdat het leuk is. Ik start zeker niet te hard. Arnold gaat er sneller vandoor, Frank Meijer volgt hem, maar ik blijf mijn eigen tempo lopen. Even zoeken naar de 84 seconden, of toch 82 a 83. Frank moet lossen bij Arnold en ik loop gestaag op hem in. Geen haast, tijd genoeg. De bocht afwachten en op het rechte stuk inhalen.

Frank sluit aan en lange tijd draaien we zo rondje voor rondje. Constant – dat is precies de bedoeling, dat is precies de uitdaging. En makkelijk. 84 seconden per ronde is natuurlijk op den duur niet meer “makkelijk”, natuurlijk loop je maximaal Niels en Lesly roepen ons steeds bemoedigend toe, net als een aantal anderen – sorry dat ik dan niet kijk. Niels en Lesley staan aan het einde van de bocht, dus dan zie je wie daar staat als je vooruit kijkt. Maar de focus is verder op de baan.

Focus en constant tempo. Frank kan er niet voorbij. Hij loopt de hele tijd achter me, ik zie hem niet, maar voel dat hij er niet langs kan. Er zijn nog geen plannen voor het eindstuk. Dat is nog te ver weg, er hoef nog niets, er is nog alle tijd. Voorlopig nog constant en lekker lopen. En dat lukt, ronde na ronde, kilometer na kilometer. Wat een mooie wedstrijd!

En dan dus die laatste kilometers. Die zijn al geweest. Ik mis duur, constateer ik, maar moet ook erkennen dat er een ander stukje fitheid even ontbrak afgelopen donderdag. Een lange nacht van bijna 12 uur is voldoende om weer voldoende fit te zijn om samen met Lisanne en Joop twee uur lang over de mooie, smalle Twentse weggetjes tussen Enschede en Oldenzaal te lopen. Heerlijk (zij het dat het op sommige stukken verbazingwekkend druk was: wat doen al die auto’s daar…?).