Twenterand Run

Wedstrijd: Twenterand Run
Datum: 01.06.2018.
Afstand: 10km
Type: weg

Missies geslaagd! Zo, ambiteus? Eerste wedstrijd na de marathon en dan meteen meerdere missies? Als een van de missies een snelle 10 kilometer neerzetten is, dan is de Twenterand Run natuurlijk wel de uitgelezen mogelijkheid: het iets te korte parcours leent zich prima voor een snelle tijd. Maar daar ging het niet om deze keer.

Sponsor Step One vroeg wie er allemaal aan de Twenterand Run mee wilde doen. Ik wel, want mijn neefje en nichtje lopen ook mee. Die werden dus ook in een mooi Step One shirt gestoken. Omdat ik mijn startnummer bij Han haal, lopen we langs. “Dit zijn mijn neefje en nichtje”. Han: “Mooie shirts! Van wie hebben jullie die?” Koters: “Van Oom Ries”. Ik: “En van wie heeft Oom Ries die gekregen?” Koters: “Van hém!!” en twee vingers schieten richting een breed lachende Han – geweldig!

Ook geweldig: ‘Oom Ries’ mag mee lopen, want mamma Zusje had last van een blessure. Prima!

Op het moment dat Marije en ik in Vriezenveen arriveerden komt de regen met bakken uit de hemel en staan vele straten opnieuw, net als de voorgaande dag, blank. Het is maar een buitje en door de start een kwartiertje te verlaten kunnen zelfs de jongste kinderen droog kun kilometer afleggen.

Neef Bas is dan aan de beurt om 1,5 kilometer te lopen. Rustig beginnen is het (zijn!) devies. Zo nu en dan vraag ik hoe het gaat, en dan antwoord Bas kwiek en zonder enig spoortje van vermoeidheid. “Volgens mij kun je wel wat sneller.” “Nee, pas aan het eind!”. Oké… Het tempo is mooi vlak maar gaat inderdaad met “de haven in zicht” omhoog. Er waren ruim meer dan 30 lopers voorbij toen ik iets na de start bij hem aansloot, maar gaandeweg hebben we er toch heel veel ingehaald, want na 8:07 minuten (11km/u) komt Bas als 30e door (van 134)! Puike prestatie en heel terecht is mijn neefje trots met zijn mooie medaille.

Nichtje Aniek moet een kilometertje meer; ze moet een keer het rondje dat ik vier keer moet – mooie parcours verkenning. Ik ben inmiddels mooi warm gelopen en dat blijkt goed uit te komen. Doelstelling is om het hele stuk te blijven hardlopen. En om maar meteen de spanning te verbreken: dat is gelukt! Stug, en mooi constant blijft ze doorlopen, terwijl om ons heen kinderen lopen, of ons hard voorbij komen en later weer door ons ingehaald te worden (en dat meerdere keren). Misschien wil ze eigenlijk ook wel wandelen, maar is dat net op het moment dat ik dan zeg: “zij wandelen, maar dat gaan wij niet doen hè!”. Dat zou dan mijn enige bijdrage aan de prestatie zijn, op het aangeven van een sponsje na dan: Aniek doet het geweldig! Het antwoord op de vraag of ze nog kan praten wordt wel steeds korter, maar het einde begint al in zicht te komen en ook in zicht komen haar moeder en tante, dus zet ze even een goede sprint in. Garmin geeft een topsnelheid van 3:02 min/km aan – afwijkingen meegerekend zitten we echt erg dicht bij die snelheid, want ik moet toch echt hard lopen om haar bij te blijven! Haar doelstelling om binnen 15 minuten te finishen haalt ze dan ook ruim: 14:39.

En dan moet ik – na een poosje wachten en de 5km lopers aangemoedigd te hebben – zelf aan de bak. De bedoeling is om rustig te starten en dan elk rondje steeds wat sneller. Dat lukt niet helemaal, want de eerste kilometer is natuurlijk te snel, maar aan het begin van de tweede ronde kan ik wel een versnelling inzetten. De volgende rondes is het verschil wat kleiner. De eerste kilometer na start/finish gaat steeds wat sneller dan de kilometer daarna. Wel haal ik zo een aantal snellere lopers in. Het kost veel moeite om de uiteindelijke nummer 4 in te halen – en nee, ik was niet 3e. De sprint wint hij, ik ben 5e in 35:01. Zo’n twee minuten sneller dan de vorige keer dat ik de Twenterand Run liep – 2015, ook toen de eerste wedstrijd na de Enschede Marathon.

Zeker niet ontevreden. De tijd is niet zo belangrijk, het weer maakte het niet heel makkelijk aan het eind; het was nog behoorlijk benauwd en ik was niet minder nat geweest als ik in de regen van het begin van de avond gelopen had. En wat de wedstrijd erg leuk maakte waren de enthousiaste aanmoedigen van mijn neefje en nichtje die me bij elke ronde weer opzweepten om nog een streepje harder te gaan – misschien gingen daarom die eerste kilometers van het rondje wel steeds harder.