Enschede Marathon

Wedstrijd: Enschede Marathon
Datum: 14.04.2019.
Afstand: 42.195km
Type: weg

De dag van de Marathon. Was er gisteren nog onzekerheid, vandaag is de dag dat we alles te weten zullen komen. Of niet?

Het is koud als ik naar het InterCity hotel fiets. Vandaar zullen we naar de start op het Van Heekplein lopen. Het is ook koud bij het inlopen, maar de zon schijnt en dat maakt een groot verschil. De twijfel die er gisteren nog was over T-shirt of Singlet is als sneeuw voor de zon verdwenen. Misschien wat letterlijk met de natte sneeuw die gisteren nog uit de hemel neerdaalde.

De speaker is nog volop aan het praten als ineens het startschot klinkt en we allemaal vertrekken voor de afstand. Voor sommigen de halve voor anderen, zoals voor mij, de hele. De hele marathon, waar begin je aan….

Lisanne loopt de halve en wil een PR lopen. Om eerlijk te zijn vond ik gisteren haar idee om dan achter mij aan te gaan een tikje ambitieus, maar het enige dat ik haar gezegd heb is: prima, gewoon blijven volgen. En dat doet ze. Ondanks het flinke tempo. 3:40 min/km is het doel en we zitten daar een enkele seconde onder. Niet veel, dat moet niet. Ik moet straks nog een ronde. Kevin loopt ook nog mee en lijkt nog wat harder te willen. Kenelijk geeft zijn horloge aan dat hij veel langzamer loopt. Ik laat hem weten dat hij echt te snel gaat – 2:45 is de eindtijd die hij hoopt te lopen.

Het is voor Lisanne fijn dat ze achter iemand (mij) aan kan lopen. Gewoon “dom” volgen, maar anders dan een “echte haas” houd ik niet in als ze een klein gat laat vallen. Slechts een enkele armbeweging: “kom op!” Ze sluit even later weer aan om weer iets later opnieuw een gat te laten vallen. Maar nooit valt ze erg ver terug. Knap gedaan, ze loopt dan ook een dik PR en komt als eerste Nederlandse dame over de finish. Ze heeft kunnen volgen – makkelijk – maar moest het toch echt zelf doen, want ik heb eigenlijk geen rekening met haar gehouden. Ze kon diep gaan, super.

Intussen ben ik de tweede ronde in gegaan. Ergens voor kilometer 10 heb ik Peter Bruinsma ingehaald, maar die haalt mij nu weer in. Een tweede leven? Helaas kan ik niet helemaal volgen, maar het gat groeit niet echt. Wel gaan mijn kilometer tijden iets achteruit. Tegen wat ik gehoopt had in. In Vorden lukte het om dit tempo 30 km vol te houden. Nu lijkt dat kennelijk niet, maar het verval is klein en dus acceptabel.

Bij kilometer 25 staat Marije weer klaar om mijn bidon aan te geven. Bij kilometer 6 en 15 had ze dat ook al gedaan, maar die van 20 kilometer heeft ze gemist, omdat die veel eerder stond dan gedacht, dus de route die ze uitgezet had om van post naar post te fietsen klopte niet. Ikzelf was ook verrast door die post en moet 2 meter terug om mijn bidon te pakken. Marije is net op tijd bij het 25 kilometer punt: vanaf het gemiste punt, tegen de wind, helling op, bijna hongerklop – ze ziet het bijna even niet meer zitten. Maar ze is natuurlijk wel ontzettend geweldig en ontzettend geweldig bezig door zo rond te fietsen. Een marathon loop je niet zonder het thuisfront en niet zonder het thuisfront mee te zuigen in alle wedstrijdstress….

Vanaf kilometer 30 wordt het steeds lastiger. Dit is een relatief makkelijk deel, maar toch lijkt het niet meer te lukken om snelheid te maken. Of de snelheid vast te houden. Ik weet dan al dat ik een PR niet ga halen, maar ik loop nog prima op schema voor een tijd rond de 2:36. Waarom het niet zo goed gaat als in Vorden is me een raadsel om eerlijk te zijn. Na vandaag weten we dus alles, maar ik vraag het me af. Was Spanje toch te zwaar? Was dat kleine, hele kleine beetje rauwe keel dan toch ‘iets’? Vannacht werd ik drijvend in het zweet wakker. Wat was dat? Aan het weer kan het vandaag niet liggen, dat is bijna perfect.

Als ik de UT verlaat, op het 35 kilometer punt, loop ik een minuut achter op beoogd schema. Dit gaat nog een goede tijd worden. Denk ik, maar ik stort eigenlijk gewoon helemaal in. De kilometer tijden komen boven de 4 minuten uit. Mijn ouders staan weer bij het station en daarna bij de Schout Dodde straat, maar vrolijk lachen is bijna niet meer mogelijk. Het is enorm zwaar, maar we gaan domweg door, het is nog maar een paar kilometer. Het afzien en afzien. Zelfs de 2:40 grens ga ik over – zij het maar 25 seconden. Ik maak het Wout niet moeilijk om dit jaar weer het LAAC clubkampioenschap op de Marathon afstand binnen te halen. Maar ik ben helemaal kapot, volledig leeggelopen. Ze checken – niet onterecht – meerdere keren of het echt wel goed met me gaat, en het duurt ook echt wel even voor ik de mij bekende mannen ook helder zie.

Dit was het, meer zat er niet in. Nooit was ik sneller in Enschede, maar in Eindhoven – en alleen die ene keer daar – was ik nog sneller. Maar wat was ik toen ongelofelijk sterk – wat was dat een prestatie! Waarom kan ik dat niet nog een keer herhalen, is misschien wel een heel ambitieuze vraag. Hier was niet alleen ikzelf sneller dan ik hier ooit was, ik was ook de snelste van alle mannen in de leeftijdscategorie van 40 tot 45 jaar en 24 van alle marathon lopers. Moet je daar erg over inzitten, of erg ontevreden over zijn? Nee, want ik heb de finish in een goede tijd gehaald, ik heb alles gegeven en misschien nog wel een beetje meer dan er inzat, maar … in Vorden liep ik beter….